Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kaarten. De eerste maal moet de speler 12 hulpkaarten uitleggen op de aangegeven wijze, hij mag dus geen gelijke of bijeenpassende kaarten op elkaar leggen. Daarna kan hij echter doen, zooals hij wil en behoeft dus niet eens alle kaarten te beleggen met andere.

Kaarten uit het spel, die op het grondpakje passen, worden er onmiddellijk opgelegd.

2°. De speler moet er naar streven het genadehoopje, waarvan steeds alleen de bovenste kaart gekeerd wordt, op te maken. Die kaart moet dus steeds genomen worden, wanneer ze bruikbaar is, ook al liggen er op dè hulppakjes kaarten van dezelfde waarde.

3°. Omleggen van het eene hulppakje op het andere is niet toegestaan, evenmin mag de bovenste kaart van een hulppakje op eene ledige plaats worden gelegd.

4°. Het spel mag slechts eenmaal doorgenomen worden.

No. 41. De zeven slapers.

Zeven pakjes van vijf kaarten elk worden naast elkaar op eene rij gelegd; het eerste pakje open, de zes overige bedekt. Zoodra in den loop van het spel de bovenste kaart van het open pakje weggenomen is, wordt het tweede pakje omgekeerd, en wanneer de eerste kaart van dit tweede pakje weggenomen wordt, dan keert men het derde pakje om, enzoovoorts met de overige pakjes.

Het doel is nu om op de acht boeren acht hoopjes te maken van kaarten, die eene opklimmende reeks vormen, zonder dat daarbij op de kleur gelet behoeft te worden. Op de boeren komen dus de vrouwen, op de vrouwen de heeren, daarop de azen, tweeën, drieën enz., totdat de pakjes met de tienen sluiten.

Sluiten