Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kaarten worden daartoe, nadat de zeven hoopjes gelegd zijn, een voor een van het spel afgenomen.

De boeren worden, wanneer zij uitkomen, op eene rij naast elkander onder de zeven slapers gelegd. Op de boerenhoopjes komen de passende kaarten, zoodra zij zich voordoen.

De uit het spel genomen kaarten, die niet passen, worden naar willekeur op vier talonhoopjes verdeeld, waarbij de opmerkzame speler, zoo veel mogelijk, de af genomen kaarten op die talonpakjes leggen moet, vanwaar ze naar alle waarschijnlijkheid spoedig zullen zijn te gebruiken, b.v. de tienen, zoo mogelijk, het onderste, daar deze de laatste kaarten zijn, die op de boerenpakjes komen te liggen.

Bevindt zich op de open hoopjes der zeven slapers eene kaart, die op de tweede rij past, zoo gebruikt men deze ook dan, wanneer een even gunstige in de talons mocht zijn, ten einde zoo spoedig mogelijk de nog bedekte pakjes van de zeven slapers te kunnen omkeeren.

Op deze wijze gaat men zoo lang voort, tot de eene of de andere der zeven slapers nog maar ééne kaart bevat, die men mag laten liggen, zoolang het voordeel zulks wil, terwijl men dan intusschen uit de talons of uit het spel kan nemen. Gaat het spel niet op, dan is het den speler vergund, de talons nog eenmaal op te nemen, ze in volgorde zóó op elkander te leggen, dat het vierde pakje het eerste wordt, zonder ze te veranderen of te vermengen, en dan hieruit in plaats van vier slechts één talon te maken en het spel zoo voort "te zetten.

Is nu de talon verbruikt en zijn alle boerenpakjes met tienen bedekt, dan is het spel gewonnen.

Sluiten