Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 42. De schoone Lucia of de klaverblaadjes.

(Met twee whistspellen.)

(Deze patience vordert veel plaats.)

Het geheele spel wordt in hoopjes, ieder van drie kaarten, in willekeurige rijen gelegd, zooals de ruimte toelaat; het laatste pakje bevat maar twee kaarten, dus vier en dertig pakjes van drie en één pakje van twee kaarten.

Deze hoopjes worden waaiervormig gelegd, om een overzicht der kaarten te hebben. Ze mogen elkaar niet raken, daar dit allicht verwarring kan geven.

Deze pakjes kunnen in willekeurige orde gelegd worden, doch tot gemak van den speler steeds van links naar rechts. Gewoonlijk worden er zes of zeven pakjes op eene rij gelegd.

Is men daarmede klaar, dan neemt men eerst alle azen, die zich bovenop bevinden en wijst hun hunne plaats aan, of boven de eerste rij, of voor zich, zooals de speler verkiest; dan legt men daarop de van dezelfde kleur aanwezige tweeën, drieën, vieren, vijven, enz. tot den heer, die het hoopje der azen afsluit. Maar om zoo ver te komen doen zich hindernissen voor; ten eerste mag men alleen de bovenste kaarten van de hulppakjes op de azenpakjes leggen, en ten tweede moeten, wat reeds gezegd is, alle kaarten van dezelfde kleur zijn. Het is dan ook van belang, dat in den beginne de lagere kaarten zooveel mogelijk opgelegd worden. Omdat zij daarin grootendeels door de er boven op liggende hoogere verhinderd worden, zoekt men, door zoogenaamde mariages in dalende volgorde te maken, de noodige kaarten te bevrijden.

Om dit doel te bereiken kan men zoovele kaarten, als men wil, in dalende reeks op de bovenste kaart van een hulppakje leggen, doch steeds bladen van dezelfde kleur, om dan zoo de gunstige kaarten op de hoopjes te kunnen leggen.

Sluiten