Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orde; waarom de speler ook steeds letten moet op de kleurenpakjes om die kaarten vrij te maken, die aan de beurt zijn om opgelegd te worden.

Daar men bij het opleggen der kaarten op de middelste rijen niet aan de kleur gebonden is, kan men dikwijls voordeelig eene zwarte op eene roode en omgekeerd leggen, of ook twee kaarten van dezelfde waarde op elkaar plaatsen; de kleur doet er niet toe.

Gebeurt het nu, dat de twintig kaarten van de middelste rij alle met eene tweede kaart bedekt zijn, zonder dat eene er van op de kleuren- of familiepakjes kan gelegd worden, dan mag de speler nog de drie bovenste kaarten van het overgebleven spel afnemen en, wanneer hij kan, plaatsen.

Kan de vereeniging van eene der kaarten of van alle drie met hare kleur niet plaats vinden, zoo is het spel verloren; kunnen echter door gunstige legging nog andere bevrijd en opgelegd worden, dan gaat de patience naar den voorgeschreven regel voort. Het gebeurt dikwijls, dat eene enkele dezer drie gunstige kaarten de bevrijding van andere bewerkt, in welk geval de beide overige op de ledige plaatsen gelegd worden, en men zoo tot een gunstig resultaat komt.

Zijn de kleurenpakjes geheel belegd, dat is, de heeren met de azen, en de azen met de heeren bedekt, en dus de rijen van tien geheel uitgeput, dan is het spel gewonnen.

No. 46. De tweelingzusters.

(Met twee whistspellen.)

Vier kaarten van het spel genomen, worden als de eersten der tweelingen, naast elkander op eene rij gelegd; en wel zoo, dat naast ieder plaats overblijft om later hare tweelingzuster te leggen, dat is de tweede kaart van

Sluiten