Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er als bovenste kaart op en beproeft opnieuw de grondpakjes te beleggen. Past een der kaarten tegelijkertijd in opklimmende volgorde op een azenpakje en in afdalende orde op een heerenpakje, dan legt men haar voorloopig tusschen de beide pakjes in en gebruikt haar op dat pakje, waarbij zich het eerst een volgende kaart vertoont.

Het bovenleggen van de onderste kaart der hulphoopjes kan men driemaal herhalen. Zijn dan de grondpakjes niet volledig, d. i. sluiten de azenpakjes dan nog niet met de heeren en de heerenpakjes met de azen, dan is de patience verloren.

Bij hoopjes, die nog slechts uitsluitend uit eene volgreeks van kaarten van gelijke kleur bestaan, wordt de onderste kaart niet meer bovengelegd.

No. 49. Lucas.

(Met twee whistspellen.)

De acht azen worden als grondkaarten op eene rij gelegd. Hierop moeten in opklimmende volgorde en in dezelfde kleur de pakjes gevormd worden. Op de azen komen de tweeën, daarop de drieën, vieren enz., terwijl de pakjes moeten sluiten met de heeren. Onder de azen legt men als hulpkaarten drie rijen van 13 kaarten elk. Alleen de kaarten der onderste rij gelden echter als vrije kaarten. Door het wegnemen van kaarten uit de onderste rij worden de daarboven liggende kaarten van de middelste rij vrij en zijn ook deze weggenomen, dan worden de kaarten der bovenste rij vrij.

Men begint nu met eerst de passende vrije kaarten op de grondkaarten en de daarop te vormen kleurenpakjes te leggen.

Daarna tracht men gevangen kaarten, die op de grond-

Sluiten