Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Zooals reeds in de inleiding van het vorige deel van dezen Catalogus gezegd is, worden in dit ige deel het grootste gedeelte van Midden-Celebes (groep III—XII), geheel Noord-Celebes en als aanhangsel de Sangir- en Talaut-eilanderi behandeld.

Wat groep III (bouwkunde) betreft, hiervan kon, behalve van de bekende werken van Adriani en Krüyt en de Sarasin's, ook van de pas verschenen monographie van dr. Kaudern over „Structures and Settlements" gebruik worden gemaakt.

De jaeht en vischvangst (groep IV) spelen in Midden-Celebes geen zeer belangrijke rol. De laatste beperkt zich uit den aard der zaak tot de vangst van rivier- en meervisschen (uit het Posso-meer).

Van veel meer belang, evenals trouwens in geheel Ned.-Indië, is de landbouw, hoewel dit uit het geringe aantal voorwerpen, die 's Rijks Ethnographisch Museum hiervan bezit, niet duidelijk blijkt.

Met voorbijgang van groep VI en VII (van de laatste groep bezit het Museum slechts een lapje, dat als pasmunt dient) komen wij tot de gewichtige groep VIII. De boomschorsbewerking is in dit deel van Celebes van zoo grootbelang, dat Adriani en Kruyt eene monographie over dit onderwerp geschreven hebben, die in het Intern. Archiv f. Ethn. en als eene afzonderlijk museumuitgave verschenen is. Zelfs het weven, waarvan Adriani en Kruyt in hun bekend Celebes-werk geen melding maken, is later gebleken, in het zuidoostelijk gedeelte van Midden-Celebes voor te komen, hoewel dit uit de voorwerpen in den Catalogus niet blijkt, daar bijna nergens de nauwkeurige plaats van herkomst bekend is.

Onder de wapens der Toradja's bekleeden lansen en zwaarden wel de hoofdrol. De schilden hebben eigenaardige vormen, zooals men kan zien op plaat VI, waar figuur 3 en 5 sterk aan Dajaksche schilden doen denken. Misschien zijn zij ingevoerd in Midden-Celebes. Over de schilden van buffelleer uit Loewoe bestaat eene monographie van prof. Spat (Het Ned. Ind. Huis, Oud en Nieuw, Juli 1913). De met apenhuid overtrokken strijdmutsen doen denken aan die van Borneo.

De voorwerpen, beschreven in groep X, vertoonen eene leemte, daar geen enkel kleedingstuk van een bruidegom of bruid uit Midden-Celebes in 's Rijks Ethn. Museum voorkomt. Daarentegen zijn de muziekinstrumenten in groep XI goed vertegenwoordigd. Het speelgoed zal wellicht vermeerderd worden, zoodra de monographie van dr. Kaudern over muziekinstrumenten en speelgoed zal verschenen zijn, hetgeen nog in dit jaar (1927) het geval zal zijn.

Groep XII, waarin de voorwerpen, die op den godsdienst betrekking hebben, worden beschreven, is gewoonlijk en zoo ook hier de belangrijkste. Over dit onderwerp is ook de literatuur het uitvoerigst (vgl. noot 1 op blz. 56).

De literatuur over Noord-Celebes is niet zoo omvangrijk als die over MiddenCelebes. Vooral belangrijk zijn eenige oudere berichten uit den tijd, voordat het Christendom in de Minahassa het heidendom verdrongen had, o. a. de verhandeling

Sluiten