Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bodem een zwart, rechthoekig omgebogen figuur (pebeloe mpakoe1) op ongekleurden grond. M.

H. 10,4, dm. 13—24 cM.

1926/647. Mand, als voren, doch het patroon der buitenzijde bestaat'uit drie of vier groepen verticale, schuine strepen in zwarte rechthoeken. Op den bodem een zwart vierkant. De bovenste randhoepel met ongekleurde vezels omwoeld. M.

H. 9, dm. 14,5—26,5 cM.

1926/646. Als voren, doch het vlechtpatroon aan de buitenzijde bestaat uit rijen zwarte, verticale en horizontale strepen op ongekleurden grond. Op den bodem twee zwarte driehoeken. De bovenste randhoepel zwart gekleurd, op regelmatige afstanden met gele vezels omwoeld. M.

H. 12,5, dm. 17—26 cM.

1232/10. Als voren1), doch het patroon der wanden bestaat uit zwarte rechthoeken, gevuld met ongekleurde kruisen. Op den bodem vier met onregelmatige figuren gevulde vierkanten. De bovenrand ongekleurd, geheel met gele vezels omwoeld. Toradja's.

H. 12,5, dm. 17—29 cM.

1232/n. Als voren, doch het patroon der wanden bestaat uit zandlooperfiguren en daarboven en -onder met ongekleurde stippen gevulde vierkanten. Op den bodem concentrische vierkanten. De bovenrand afwisselend met groepen gele en bruine reepen omwoeld. Toradja's.

H. 13, dm. 18,5—31 cM.

1647/739. Als voren (bingka lora\ doch het patroon op de wanden bestaat uit twee rijen boven elkaar geplaatste vierkanten, waarbinnen twee met den top naar elkaar toegekeerde driehoeken. Bovendien nog een ongekleurde randhoepel aan de binnenzijde van den bovenrand. Posso.

H. 10, I. en br. beneden 15, id. boven 27 cM.

1647/740. Als voren (bingka lord), doch het patroon van de wanden bestaat uit rechthoeken, gevuld met rijen horizontale streepjes. Op den bodem concentrische vierkanten. De bovenste randhoepel ongekleurd. Posso.

H. 10, 1. en br. beneden 17,5, id. boven 27 cM.

1232/9, 1647/737 en 1926/645 & 698*). Als voren (bingka), doch het patroon van de wanden bestaat uit rijen streepjes en daaronder vierkanten, die achtpuntige sterren omsluiten (permata saogoe6). De bodem met ongekleurde reepen overvlochten (737), of versierd met vierkanten, verdeeld in vier driehoeken (9) of gevuld met een ruit (645) of met vier zandlooperfiguren (698). De bovenrand ongekleurd (698) of geel (9, 737 en 645). 9: Toradja's, 737: Posso, 645: M, 698: Todjo, Posso, Saoesoe en Parigi.

H. 10,9, 12 en 13, dm. 17—27, 15—26,5, 19,5—33 en 18—30 cM.

43/218) Mandje (bingka7), van bamboereepen zigzagvormig gevlochten, vierkant van onderen en rond van boven. Aan de buitenzijde een patroon van achtstralige, ongekleurde sterren op zwarten grond met een zwarte ruit als kern. Op den bodem

1) L. c. fig. bovenaan.

2) Vgl. Meyer und Richter, o. c. pl. XVII, fig. 19. — Af. N. Z. G. XL, 143.

3) Jasper, Vlechtwerk, 160—161. — Adriani en Kruyt, II, 330, 332. ' 4) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 137, n» 6431.

5) Adriani en Kruyt, Atlas, pl. vlechtpatronen, fig. 3. — Jasper, Verslag 2' Jaarm. tentoomt, pl. 23, fig. 11 en 21. — Van Hasselt, Atlas, pl. LXXVT, fig. 4. — Jasper, Vlechtwerk, p. 236, fig. 366.

6) Serie 43 don. C. B. H. Baron von Rosenberg, Dec. 1864.

7) Jasper, Vlechtwerk, 53, 159. — Adriani en Kruyt, o. c. II, 189, 197, 214, 282, 328.

Sluiten