Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1647/854. Bundel mandjes (sasapoeloe1), in den vorm van nagebootste, mispelvormige vruchten in verschillende kleuren en grootten van rechthoekig gevlochten w'/ar-bladreepen, waarin vouwen zijn gelegd, die rondgaande rijen uitstekende punten vormen8). Aan de boveneinden de vezels aan elkaar geknoopt. Posso.

e. Overig huisraad.

1733/1s). Bamboekoker, aan een einde door een tusschenschot gesloten; in het andere einde zijn reepjes bamboe geschoven, waarover een klein, plat dekseltje past. De buitenzijde geheel versierd met ingesneden versieringen4): rondgaande banden, begrensd door ringen met zigzaglijnen op donkeren grond en effen ringen; de banden door breede, met was gevulde langsstrepen verdeeld in rechthoeken, waarin met streepjes gevulde en effen driehoeken of ruiten, of geheel effen, met een gestreepten driehoek aan de smalle zijden. Op het deksel een rij driehoeken op een grond van kruisstrepen, begrensd door een of twee ringen, waarin een zigzaglijn op donkeren grond. — Hoogvlakte in de nabijheid van het Latimodj'ong-gebeTgle.

L. 103,5, dm- 4i8 cM>

i8i8/i9B). Als voren, met opschuivend deksel; bodem en bovenkant van het deksel door een tusschenschot gevormd, waarin een achtbladerige bloem is gesneden4). Ingesneden versiering op de wanden: dubbele zigzaglijnen, onder en boven een rij driehoeken en verder rechtboeken, waarin gekruiste strepen, twee driehoeken, aangesloten spiralen of concentrische vierkanten met een kruis als kern. Loewoe.

L. 62, dm. 6 cM.

1818/20. Als voren, doch de ingesneden versiering bestaat uit dubbele, rondgaande zigzagstrepen, bovenaan banden met driehoeken, spiralen of ruiten en verder rechthoeken met gekruiste lijnen, twee driehoeken of concentrische rechthoeken met een kruis als kern. Loewoe.

L. 77, dm. 5,5 cM.

1818/16. Als voren, met ingezetten, houten bodem en bovenvlak van het deksel. Ingesneden versiering7): op de wanden rijen driehoeken en fijne zigzaglijnen; daartusschen rechthoeken met achtpuntige sterren of driehoeken. Op den bodem en het deksel een veelpuntige ster binnen een getanden rand. Loewoe.

H. 10,5, dm. 6 cM.

1818/17. Als voren, doch zonder deksel. Versiering: randen met zigzaglijnen en lange ruiten, daartusschen rechthoeken met gestreepte of in vieren verdeelde vierkanten of driehoeken8). Loewoe.

L. 14, dm. 3 cM.

1818/18. Als voren, doch met deksel van bruin hout, waarin een achtbladerige bloem is gesneden. Ingesneden versiering op de wanden: rondgaande zigzaglijnen en rijen ruiten j daartusschen rechthoeken met kruisstrepen, aangesloten kruisen of groote driehoeken. Loewoe.

L. 13, dm. 3 cM.

l) jasper, Vlechtwerk, p. 192, fig. 296.

a) mason, Vocabulary, i. v. curlwork en fig. 16.

3) Série 1733 don. E. C. Abendanon, Febr. 1910.

4) Vgl. Loebèr, Buil. Kol. Mus. Haarlem, n° 43, pl. XXVIII, fig. 96. — Idem, Ned.-Indiï Oud en Nieuw, I, 252—255, afb. n—18.

5) Serie 1818 ruiling Kon. MO. Acad. Breda, Juni 1912.

6) Loebèr, Ned.-Indië Oud en Nieuw, I, p. 252, afb. 12.

7) Weber, /. A. f. E. III, Suppl. pl. I, fig. 13, 16, 23, pl. II, fig. 10 en n, pl. III, fig. 6 en 9. — Loebèr, 1. c. afb. n—12.

8) Zie Loebèr, o. c. afb. n, onderste rij.

Sluiten