Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een haan. De in den achtergevel tot steun aangebrachte verbindingen in naar beneden gerichten kruisvorm *) hebben overeenkomstige versiering en dragen op den buitenkant van een der horizontale armen het woord RANTE met iets kleinere letters dan op de vloerbalken. De indekking bestaat uit stukjes rietstengel, die elkaar laagsgewijze voor een gedeelte bedekken en den indruk geven van de indekking volgens Grubauer»), waar het echter in tweeën gespleten bamboe is, laagsgewijze eerst met de holle zijde naar boven en dan over elke twee halve stukken een half stuk met de bolle zijde naar boven. De nokbedekking gevormd door daarop vastgezette halve rietstengels met de bolle zijde naar boven, voor + 1/s gedeelte door twee en voor ± % gedeelte door een halven rietstengel. — De indekking met rietstengels geeft vermoedelijk de indekking met bamboe aan, terwijl de nokbedekking in werkelijkheid wel zal plaats vinden met vastgezette boomschors of palmbladeren. Rante Pao, Loewoe. H. nok in het midden + 68 cM., 1. 24, br. 18 cM.

1232/35- Hakmes (laboe*), het lemmet van boven smal en vierkant in doorsnede, naar onderen breeder en de snede scherp wordend, de rug in een schuine lijn naar de punt loopend. Greep van lichtgeel hout, ovaal in doorsnede, flauw naar de snedezijde gebogen, de onderste helft met diagonaal rotanvlechtwerk omwonden. De scheede van hetzelfde hout als de greep, uit twee stukken bestaande, die door omwinding met bruine vezels op zeven plaatsen en rotanreepen op twee plaatsen bijeen worden gehouden. De mond vooruitstekend. Op eenigen afstand daaronder een rechthoekig opgelegd stuk, met knilvormig en ruitvormig snijwerk versierd. Het ondereinde tweeslippig, bladkrulvormig uitgesneden. Toradja's.

L. 42,5, L lemmet 30,5, br. 3, dm. greep 3,1, 1. scheede 43, br. 4,3 cM.

2017/4*). Kapmes, het lemmet van inlandsen smeedwerk, de snede van boven concaaf en dik, naar onderen scherp en convex uitloopend, de rug recht, door een schuine, eenigszins concave lijn met de punt verbonden. De greep plat ovaal, van bruin hout, van boven en onderaan verdikt, naar de snedezijde gebogen, geheel omvlochten met rotanreepen. De scheede plat, uit twee stukken roodbruin hout bestaande, die door omwinding met rotanreepen op vier plaatsen bijeengehouden worden. Aan eene zijde over de lengte een, op twee plaatsen doorboorde rug, voor het draagkoord van touw. Aan de beide uiteinden een diagonaal gevlochten rotanband. Seko.

L. 56,5, L lemmet 41, br. 5,9, 1. scheede 45, br. 7,7 cM. 2017/9. A1S

voren, het lemmet puntig uitloopend, de snede van boven flauw concaaf, naar onderen convex, de rug recht. De greep van hoorn, ovaal in doorsnede, naar boven verbreed en naar de snedezijde gebogen, het bovenvlak met vier inkepingen. Scheede van roodbruin hout, van boven verbreed en afgerond, de beide stukken door omwinding met rietreepen aan het boven- en ondereinde bij elkaar gehouden. — Van een Toradja-hoofd. Makale.

L- 33,5, !• lemmet 25, br. 3, 1. scheede 27, br. 4—6,5 cM.

2017/10. Kapmes (la'bo), het lemmet van Toradja-smeedvrerk, de snede van boven concaaf en dik, naar onderen flauw convex en scherp. De rug door een schuine lijn met de punt verbonden. De greep van ruw bewerkt, lichtgeel hout, vijfhoekig, naar boven verbreed en naar de snedezijde gebogen, het bovenvlak ovaal. Makale.

L. 50,5, 1. lemmet 37,5, br. 5,5, dm. greep 4,4-6 cM.

1) Grubauer, p. 267, fig. 154.

2) Grubauer, p. 219, fig. 127.

3) Vgl. Meyer nnd Richter, pl. XXIII, fig. 6. — Adriani en Kruyt, IL 188. — Kruyt Woordenlost, 37, s. v. labu. '

4) Serie 2017 don. D. C. Prins, Oct. 1921.

Cat. Rijks-Ethn. Museum, Dl. XIX. 2

Sluiten