Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1008/2801). Monster waroei)-\io\it. — Van de schors worden, door ze te kloppen, kleedjes van boomschors vervaardigd. Kaili, Pa loc-baai. L. 71,5, dm. 4,5 cM.

776/41. Monster geklopte boomschors (inodos), van den papiermoerbezieboom (Broussone/ia papyri/era), zeer dun, doorschijnend en geelachtig. — Hiervan wordt bijna in de geheele bocht van Tomini de kleeding van mannen en vrouwen gemaakt.

L. 138, br. ± 100 cM.

1008/281. Monster papier (pedjang*), van boomschors vervaardigd. Kaili (Paloe-baai).

1232/83. Monster foeja (ambo*), fijn, wit van kleur. Toradja's. L. 90, br. 39 cM.

1232/82. Monster foeja (oemajo6), als voren, doch ruw, een dubbele lap. Toradja's. L. 189, br. 103 cM.

1456/35. Monster geklopte boombast (foeja), geelwit, rechthoekige lap, zeer regelmatig bewerkt. Koelawi. L. 168, br. 96 cM.

43/75—78. Monsters geprepareerde boomschors (pangka), voorkleedingstukken, grof (75 en 77) of fijner (76 en 78), n° 75 van den bast van den oemaloboom (Hibiscus tiliaeeus L.7), n° 76 van den bast van den ambo (Artocarpits integrifolia L. f. *). — De schors laat gemakkelijk van den stam los. De afgeschilde strooken van dezen bast legt men eenige uren in water te weeken, verwijdert vervolgens het buitenste gedeelte, spant het binnenste over een glad bewerkt stuk hout en klopt den bast met een klopwerktuig (iké), den grof gegroefden kant gebruikende. Daarop legt men den bast gedurende een twaalftal uren voor de tweede maal te weeken, klopt hem vervolgens opnieuw, nu met den fijn besneden kant van de ike en laat eindelijk de dusdanig bewerkte stof in de zon drogen en bleeken. Zij is nu gereed, om tot kleedingstukken voor mannen en vrouwen verwerkt te worden. Te Gorontalo heet zij doeloe. Gekocht te Posso.

L. 90, 106, 122 en 97, br. 57, 78, 100 en 70 cM.

2. Boomschorsbewerking 8).

1456/76. Klopsteen (i&e10), voor boombast, groenachtig, rechthoekig, de smalle lange kanten met ondiepe, naar de randen verdiepte groeven, voor betere bevestiging van den houder. Een der groote zijvlakken met talrijke fijne, rechte groeven over de lengte, de andere met dergelijke, maar schuine. Topebato, Mapane.

L. 6,6, br. 4,2, d. 2,5 cM.

1) Serie 1008 don. M. Muller, Ang. 1894.

2) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 24. — de Clercq, n° 1799: Hibiscus tiliaeeus L.

3) Adriani en Kruyt, De Bariesprekende Toradja's, II, 316. — Idem, Geklopte boomschors, 4. — van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 28.

4) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 24. — Matthes, Boeg. Wdb. Suppl. 107.

5) M. N. Z. G. XXXVIII, 200. — Adriani en Kruyt, De Barfcsprekcndc Toradja's, II, 314, 315, 317, 325. — Idem, Geklopte boomschors, 2, 3, 5, 6, 9, 20.

6) Adriani en Kruyt, De Barie-sprekende Toradja's, II, 314, 315, 317, 325. — Idem, Geklopte boomschors, 2, 3, 5, 20. — van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 28.

7) de Clercq, p. 255, n° 1799. — Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 24, 28.

8) de Clercq, p. 175, n° 348. — Adriani en Kruyt, 1. c. 25, 42.

9) Adriani en Kruyt, De Barfesprekende Toradja's, II, 314—326. — Idem, Geklopte boomschors, (ƒ. A. f. E. XIV). — M. N. Z. G. XL, 159 met plaat, XLH, 498. — Kaudern, II, 6—10, 260—261.

10) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 78, n° 311 met pl. XVIII, fig. 2 en 2a. — Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 15 vlg. met pl. I, fig. 2. — Idem, De Bar besprekende Toradja's, II, 320—322. — van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 28.

Sluiten