Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cirkelvormig in doorsnede, naar beide einden dunner uitloopend; het ondervlak met zeven niet doorloopende groeven, de steel cylindervormig. To Bada. L. 38, dm. vooreinde 5, dm. steel 2,5 cM.

1759/10. Klopper, als voren (pombobaki1), doch van bruin hout, cylindervormig, aan het eene einde dunner en met rondgaande groeven. — Wordt gebruikt, om de gedroogde foeja soepel te slaan. M.

L. 41,5, dm. 2,6—4.4 cM.

1750/130—g. Zeven lappen geklopte boomschors van den ambo-boom (Broussonetia papyrifera3), grijsgeel tot bijna wit met indrukken van fijne kloppers, rechthoekig, a, b en c tot kokers geklopt. De volgorde is waarschijnlijk: c, b, a, d, g, f, <• M.

H. 169, 105, 157, 93, 82, 92, 90, br. 130 (dubbel), 139 dubbel, 120 (dubbel), 250, 224, 284 en 140 cM.

1759/1 ia—e. Stukken foeja van den oemaj'o-boom (Trema Amboinensis*) in verschillende stadia van bewerking, geelwit, met sporen van de /^'akloppers. De volgorde is waarschijnlijk: b, d, c, e, a. A, b, c en e tot een koker geklopt. M.

H. 113, 195, 167, 64, 127, br. 129 (dubbel), 129 (dubbel), 105 (dubbel), 134 en 102 (dubbel).

1759/14. Lap geklopte boomschors van den ambo^ooom. (Broussonetiapapyrifera *), op zijn fijnst geklopt, waartoe acht lagen te samen worden beklopt en dan voorzichtig van elkaar genomen. Rechthoekig, geelwit en op zeer dun perkament gelijkend. M.

L. 91, br. 95 cM.

1759/150—*. Lappen geklopte boomschors van den tea-booxa. (Ariocarpus B/umei6), roodbruin, met sporen van den klopper. De volgende is b, a. M. L. in en 86, br. 87 en 72 cM.

1759/50. Lap geklopte boomschors van den oemajo-booxss. (Trema amboinensis), rechthoekig, zeer lichtgeel. — Bestemd voor een vrouwenbaadje (karaba of lemba*). M.

L. 119, br. 85 cM.

1759/53. Als voren, doch van den ambo-boom (Broussonetia papyrifera7), rechthoekig, geelwit, fijn geklopt. — Bestemd voor het vervaardigen van een vrouwenbaadje (karaba of lemba). M.

L. 144, br. 103 cM.

1759/12. Als voren, doch van den oemaj'o-boom (Trema amboinensis*); voor de meerdere stevigheid bestreken met sap van w/0-vruchten»). Roodbruin en tot een koker geklopt. M.

H. 116, br. (dubbel) 102 cM.

1759/170—c. Werktuigen voor het beschilderen van boombast: 0. Stempel (oela10), van bruin hout, cylindervormig, beide einden van ongelijke grootte, het eene gesneden als eene vierbladerige bloem, het andere als een vierpuntige ster.

1) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 79 noot met pl. XVIII, fig. 5. — Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's, II, 321, afb.

2) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 2. — de Clercq, n° 507. — Kruyt, Woordenlnst, 6.

3) Adriani en Kruyt, 1. c. — de Clercq, n» 3355. — Kruyt, Woordenlost, 79.

4) de Clercq, n° 507.

5) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 2. — de Clercq, n° 338.

6) Vgl. Adriani en Kruyt, 1. c. 10. — Kruyt, Woordenlost, 32 en 40, s. v. v.

7) de Clercq, n4 507.

8) de Clercq, n° 3355.

9) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 7 en 17. — Kruyt, Woordenlost, 79$ s. v. 10) Adriani en Kruyt, o. c. 17 vlg. met pl. I, fig. 6, 6b en 6/.

Sluiten