Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/896. Lans, als voren, de punt in het bovenste gedeelte het breedst, door eenige flauwe ruggen gescheiden van den, in doorsnede achtkantigen steel. Bus van geel hoorn, achtkantig, met eenige ruggen aan het ondereinde. Schacht van donkerbruin hout, van onderen verdikt. M.

L. 174, 1. punt 35,5, br. 4,3, dm. schacht 2,1 cM.

1926/908. Als voren, doch de punt bladvormig, zonder steel, golfvormig gedamasceerd. Groote. geelkoperen bus, het ondereinde eerst meloen-, daarna kraagvormig, met ingegrifte boogjes, het boveneinde met ingegrifte driehoeken. Schacht van palmhout met puntig boveneinde. M.

L. 168,5, L pont 26,8, br. 3, dm. schacht 2,1 cM.

1926/898. Als voren, doch de punt rietbladvormig, geheel met zwarte, ingekraste driehoekjes versierd. Smalle cylindervormige, ijzeren bus. De schacht van rotan. M. L. 161, 1. punt 22,2, br. 1,9, dm. schacht 2,3 cM.

1927/904. Als voren, de punt van boven het breedst, met eenige ingegrifte slang-, s- en torenvormige figuren. Afgeknot pyramidevormige steel. Geelkoperen, cylindervormige bus met ingegrifte driehoekige bladfiguren langs de randen. Schacht van palmhout M.

L. 163,5, 1. punt 30,5, br. 3, dm. schacht 2,1 cM.

1926/903. Als voren, doch de punt onversierd, met middenrug, geleidelijk overgaande in den afgeknot kegelvormigen steel, die van eenige ingesneden ringen voorzien is. Effen, geelkoperen bus met kraagvormig ondereinde. Schacht van grijsbruin hout met puntig boveneinde. M.

L. 173,5, I P<u>t 32,6, br. 3, dm. schacht 2,4 cM.

1926/894. Als voren, doch de punt het breedst op eenigen afstand van het uiteinde, de steel vierkant in doorsnede, de schacht van rotan, het ondereinde met twee diagonaal gevlochten rotanringen omwonden. M.

L. 188, 1. punt 39, br. 4,9, dm. schacht 2,1 cM.

1926/906. Als voren, doch de punt zeer lang en smal, rietbladvormig, geleidelijk overgaande in den platten steel. Schacht van bruin hout, puntig uitloopend, zonder bus. M.

L. 200, 1. punt 48,5, br. 2,5, dm. schacht 2,5 cM.

1926/893. Als voren, doch de steel van de punt cylindervormig. Roodkoperen bus met twee rondgaande, geelkoperen ruggen en daartusschen een rand van driehoeken. Schacht van donkerbruin hout, puntig uitloopend, van onderen verdikt M.

L. 186, 1. punt 31,2, br. 2,8, dm. schacht 2,2 cM.

1926/928. Als voren, de punt van onderen het breedst en vandaar in schuine lijnen loopend naar den kegelvormigen steel. De schacht van palmhout, zonder bus, puntig uitloopend, het andere einde versierd met ingesneden dwarslijnen, gestileerde bladfiguren (?) en dambordfiguren. M.

L. 178, L punt 37, br. 4, dm. schacht 2 cM.

1456/52. Als voren1), de punt lancetvormig met duidelijken middenrug aan weerszijden, in een cylindervormigen steel overgaande. Schacht van zwart gepolijst hout met talrijke, ringvormige verhoogingen; geelkoperen bus met kraag, het ondereinde tonvormig verdikt Scheede van bruin hout naar boven smaller, met uitgeschulpten bovenrand, op ééne plaats met breede omwikkeling van rotanreepen, op eene andere met smalle omwinding van zwart touw. — Naar Boegineesch voorbeeld gemaakt Paloppo.

L. punt 36,5, br. 3,5, 1. schacht 185, dm. 2,2 cM.

2) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 121, n° 460 met pl. XVII, fig. 2.

Sluiten