Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met golfstrepen tusschen vierbladerige bloemen en bladfiguren. De schoen van palmhout, met scherpen, vooruitstekenden rug en daaronder een rij ingesneden driehoeken, de onderrand herhaaldelijk uitgeschulpt. M.

L. 56, 1. lemmet 44,3, br. 2,5, L greep 15,5, dm. 3,4—7,7, I. scheede 61, br. 5 cM.

1926/343. Zwaard, als voren, doch het lemmet in golfpatroon gedamasceerd. De hoornen greep onversierd, het omgebogen boveneinde driemaal uitgeschulpt. De scheede zonder omwinding, met sporen van bladtin, vooral op het onversierde gedeelte tusschen de twee doorboorde ruggen, waardoor de draagband geregen wordt. De schoen boven den scherpen dwarsrug met ingesneden S-vormige figuren en daaronder met driehoeken versierd, de onderrand als voren. M.

L. 48, L lemmet 36,5, br. 2,5, 1. greep 11,5, dm. 3,3—3,5, l scheede 56,8, br. 3,5- cM.

1573/14. Als voren (soemara1), het lemmet als dat van n° 1926/343, doch de greep van zwart hoorn, het onderste gedeelte spits ovaal met een rij ingesneden zandloopers boven den vooruitstekenden steelring. Het uiteinde in den vorm van een wijd geopenden bek, versierd met ingesneden ruiten, vierbladerige bloemen en kromme lijnen. De scheede van zwart hout, met vijf diagonaal gevlochten rotanbanden omwonden. De verdikte mond en de beide doorboorde ruggen met ingesneden kruisen. Door den ondersten rug is een draagkoord van wit en blauw katoen geregen. De schoen van lichtbruin hout met scherpen, vooruitstekenden rug en gekartelden onderrand. Bocht van Tomini. i{0^f\

L. 57, 1. lemmet 45, br. 2,9, L greep 23, br. 3,7—4,7, L scheede 65,5, br. 4,7 cM. Zie plaat VII, fig. 3.

776/51.. Als voren (soemara), doch het lemmet effen, de snede onder de greep flauw concaaf. De greep van denzelfden vorm als voren, in den vorm van een krokodillenbek uitloopend, doch van zwart hout en het boveneinde, evenals de steelring, met bladtin overtrokken. De scheede (goema3) van lichtbruin hout, met twee diagonaal gevlochten rotanbanden omwonden. Onder den mond een rij ingesneden driehoeken. De verdikte doorboorde ruggen, het gedeelte daartusschen, de randen en de schoen met bladtin overtrokken. De schoen met hamervormig vooruitstekend, schuin afgesneden ondereinde. Tominibocht.

L. 70, L lemmet 47,4, br. 3, 1. greep 23, br. 3,7—6,5, 1. scheede 56,5, br. 3,7, br. ondereinde 12,5 cM-

1525/9*). Als voren4), het lemmet en de vorm van de greep als bij n° 776/51, doch de laatste niet met bladtin overtrokken en met ingesneden figuren versierd: boven den steelring kruisbloemen in vierkanten, in het midden ruiten in gerekt vlagvormige figuren, omgeven door kruisbloemen en in het bekvormige gedeelte spiralen en nabootsing van tanden. Scheede van rood geverfd hout met ingesneden blad- en bloemvormige figuren en driehoeken, gedeeltelijk met bladtin overtrokken, met drie geelkoperen banden omwonden. Het ondereinde aan de rugzijde diep ingekeept en met ingesneden spiralen. Door rotanreepen is aan de geelkoperen banden een scheede van bladscheede bevestigd, waarin randjoe's steken. Aan een, door den mondrand geregen rotanreep is een draagkoord van touw bevestigd. To Pebato.

L. 61, 1. lemmet 48, br. 3,4, 1. greep 21, br. 3,7—7,2, 1. scheede 48, br. 6 cM.

43/3. Als voren (penai*), doch het lemmet (laboè) in het midden vedervormig gedamasceerd. De greep (taono*) als voren, doch geheel met bladtin bekleed met uit-

1) HEIN, Indonesische Schwertgriffe, fig. 69. — Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XVI, fig. 3—5. — van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 25.

2) van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 25. — Adriani en Kruyt, o. c. H, 192.

3) Serie 1525 leg. Mr. J. W. van Lansberge, April 1906.

4) Sarasin, Reisen in Celebes, I, p. 269, fig. 81. — Meyer und Richter, Celehes, I, pl. XVI, fig- 3—5.

5) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pL XVI, fig. 4.

6) Adriani en Kruyt, o. c II, 192. — Kruyt, Woordenlijst, 70, s. v.

Sluiten