Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebogen tak als handvat, met doorgestoken rotanreepen bevestigd. De voorzijde met ingesneden en zwart, rood, geel en wit geverfde versiering: om alle randen en overdwars rijen driehoeken, daarbinnen krullen, groote tienpuntige sterren in cirkels, gedeelde rechthoeken en over een deel der lengte concentrische ruiten. Onderaan groepen van vier driehoeken. Draagkoord van witte en zwarte vezels. Loewoe. H. 68, br. 34—44, h. 8 cM. Zie plaat VI, fig. 2.

III. Oorlogskleeding').

776/47. Hoofddeksel (songko boli*}, koepelvormig, van elkaar kruisende rotanreepen over rotanhoepels onregelmatig gevlochten, met zwart apenbont bekleed. — Als krijgsdos gedragen. Tomini-bocht.

Dm. 21,5, h. 9 cM.

43/10. Strijd muts (songko boti), als voren, doch de rand vooruitstekend; van rotanreepen volgens de eenvoudige omslingeringsmethode over hoepels gevlochten, met de huid van den zwarten baviaan (Cynocephalus niger) overtrokken. Met kinband van vezeltouw. Gekocht te Posso.

Dm. 23, h. 12 cM.

43/11. Als voren (songko laoero*), de bol van zwart hout, met een, in doorsnede ovale punt, op drie plaatsen met haarbosjes en aan weerskanten van de punt met drie- of vierhoekige stukjes paarlemoer versierd. De rand van rotanreepen over hoepels volgens de eenvoudige omslingeringsmethode gevlochten, met kinband van touw. Posso.

H. 10,8, dm. 18 cM.

1456/3. Als voren *), van paren rotanreepen los vischgraatvormig gevlochten, plat, halfbolvormig met groote ronde opening in den top en hieraan een draagsnoer van bastvezels. Bekleed met een stuk vel van een civetkat (?), vooraan de kop en verder twee reepen schuin over den bol, achteraan samenkomend; verder aan de voorzijde twee halvemaanvormige ijzeren platen, als horens uitstekend'). To Bada.

Dm. 19, h. xi cM.

43/9. Voorvechtershoed (songko tadoelako*), volgens het eenvoudige omslingeringssysteem van rotanreepen over hoepels gevlochten. In de opening in den top steekt een houten staafje, waaraan bossen geitenhaar bevestigd zijn. Aan den voorkant is van hout de ruwe nabootsing van een mensch gevormd en hierin steken twee paren buffelhoornvormige uitsteeksels van geelkoper, het bovenste kleiner dan het onderste. Met kinband van vezelkoord. — Dergelijke mutsen zijn steeds eigendom van het dorpshoofd, die ze aan de dapperste ten strijde trekkende mannen in leen geeft; ze zijn nog al moeielijk te verkrijgen, daar de hoofden zich er niet gaarne

1) Med. Ene. Bureau, II (1912), p. 119. — Kaudern, II, 319, bild 131.

2) Adriani en Kruyt, o. c. II, 224. — Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 136, n" 6409. — van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 24. — Kruyt, Af. N. Z. G. XXXIX, 109, XL, 158 met plaat I.

3) Kruyt, Wdl. 65, s. v. songko en 39, s. v. lauro: rotan. —> Adriani en Kruyt, De Bare^esprekende Toradja's, II, 331 en 306.

4) Vgl. Meyer nnd Richter, Celebes, I, pl. XIV, fig.. 15 en 22. — Grubauer, p. 52, afb. 34. — Kruyt in T. I. T. L. Vk. LXIII, 265.

5) Kaudern, o. c. I, 298: hongko tonoe-tonoe.

6) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XX, fig. 7. — Grubauer, p. 52, fig. 34. — Adriani en Kruyt, De Barfe-sprekende Toradja's, I, 232, 233, 236, n, 175, 245, 279, 290. — Kruyt, Wdl. 68, s. v. tadulako. — Kaudern, o. c. I, 293 met bild 89. — van Hoêvell, T. I. T. L. Vk. XXXV, 31. — Kruyt, Af. N. Z. G. XXXIX, 109.

Sluiten