Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ontdoen. Het geelkoper is door Boegineesche handelaren aangebracht. Gekocht te Posso van den, aldaar met een bende krijgsvolk aanwezigen radja van Sigi. Dm. 21, h. 10 cM. Zie plaat V, fig. 4.

1456/46. Haarsieraad, van een voorvechter (bah/oenki1), platte reep geelkoper, spiraalvormig gebogen; het buiteneinde puntig, het binneneinde in den vorm van een ruitvormigen slangenkop met twee ingeprikte gaatjes als oogen. Over het midden een afgeronde rug, de randen eenigszins verdikt. Pa/0/0, Sigi.

Dm. 20,5 br. 3,4 cM.

GROEP X.

Staat- en maatschappij 2).

1759/47' Baadje (amboelea a), rechthoekige lap geklopte boombast, in het breedere midden met een rond gat, de einden tot franjes uitgeknipt. Geelwit, eene zijde beschilderd met dubbele rijen driehoeken met een weerhaak aan de binnenzijde, begrensd door dwarsranden, waarin ruiten' met concave zijden en in vieren gedeelde rechthoeken, alles in zwart, lichtrood, groen en bruin. — Ouderwetsch. en alleen gedragen bij feesten voor zieken. To Pebato. L. 140, br. 48—62 cM.

43/79- Omslagdoek (salambe), als voren, doch smaller, het middengedeelte, waarin een ovaal gat is, half ongekleurd en half rood. Overigens versierd met afwisselend drie rijen sterren of driehoeken, rood en zwart op witten grond. — Kleedingsstuk voor vrouwen bij feesten, waarbij het hoofd door de opening in het midden gestoken wordt. Posso.

L. 152, br. 17—23,5 cM.

43/80. Rok (/aoeba*), van witte boomschors, versierd met roode figuren, imitatie van Javaansche sarongs: afwisselend driehoeken, ruiten en dubbele rijen ronde bloemen, gescheiden en begrensd door kettingbanden. — Door vrouwen bij feestelijke gelegenheden gedragen. Posso.

L. 103, br. 100 cM.

1) Sarasin, Reisen in Celebes, II, 36, 37, fig. 14.

2) Adriani en Kruyt, De Barè'e-sprekende Toradja's, I, 117—199, II, 1—36. — Med. Ene. Bur. afl. II, p. 120—123. — Kruyt, sVuwelifksceremoniën (bij de Posso'ers), Ned. Zendingsbode, 1911, 29. — Idem, T. N. A. G. 2' Serie XXVI (1909), 377—378. — J. Kruyt, De Boea* en eenige andere feesten der Toradja's (T. I. T. L. Vk. LX (1921), 161—186. — Idem, De Moriërs van Tinompo (Bydr. T. L. Vk. LXXX (1924), 33—185. — Pandecten van het Adatrecht, VII, p. 119—125, 230, 354—361, 421, 457—459i 546—550. — Kaudern, / Celebes obygder, I, bild 85 en pl. naast p. 280, p. 307—333, bild 96: Brudpar i Koelawi, bild 97: Bröllop i Koelawi, p. 486—487 met bild 153—154, p. 542 met bild 178. — Kruyt, T. N. A. G. 2e Serie XXV (1908), p. 1323—1325. — Idem, M. N. Z. G. XXXIX, 106—128, XL, 245—261.

3) Adriani en Kruyt, o. c. I, 366, II, 223. — Idem, Geklopte boomschors, 13, 25.

4) Adriani en Kruyt, De Barè'e-sprekende Toradja's, II, 223—-224.

Sluiten