Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smald boveneinde een snaar van rotan bevestigd is. Strijkstok van bamboe met snaar van rotan *). Toradja's.

L. 59, dm. 13,5, 1. strijkstok 29 cM.

2017/5. Viool (geso-geso*), de klankkist van klappernoot, met varkens- (? of buffel?) blaas bespannen, op twee recht tegenover elkaar liggende punten doorboord door den platten, houten hals, die fraai uitgesneden en gekleurd is. De kleuren zijn rood, geel en zwart. Het ornament bestaat uit ruiten en over elkaar heen kronkelende zigzaglijnen. Bovenaan een bladkrul in een vierkant. Aan den onderrand en aan het boveneinde zeer fraai bladkrulvormig snijwerk a jour. Met een stemschroef en een snaar van touw. De strijkstok bestaat uit een gebogen houten staafje, met touw bespannen. Makale.

L. 92, dm. klankkist 14,1, br. hals 4,6, L strijkstok 53,5 cM. Zie plaat VIII, fig. 3.

2017/6. Als voren (geso-geso), doch in den klapperdop van onderen een beschadigd, stervormig gat. Het ornament van den hals met dat van n° 5 overeenkomend, doch aan de breede zijden van boven een dubbele krul, van onderen een ineengerolde spiraal en daaronder een gestileerde vogelkop met groot, rond oog en spitsen snavel. Langs den onderrand eene rij driebladerige bloemen. Op den bovenrand in witte Boegineesche karakters op zwarten grond: pagaragana rate angi-angi. De strijkstok met bruin vezelkoord bespannen. Overigens als n° 5. Makale.

L. 82,5, dm. klappernoot 14, br. hals 4,4 cM.

2017/8. Als voren (geso-geso), de klankkist van klapperdop met een rond gat met drie gevorkte uitsteeksels aan de onderzijde. Aan eene zijde van de bedekking met dierenhuid is een vleugelvormig stukje hout aan een touwtje bevestigd. Het snijwerk van den hals eenvoudiger: de bovenrand onversierd, de onderrand met groepen roode en witte dwarsstrepen op zwarten grond. De breede zijden met zwarte bladkrullen op rooden grond en een roode kruisbloem op zwarten grond aan het ondereinde. Het boveneinde uitgesneden in den vorm van een hanekop met rooden kam en zwarten hals met witte vlekken. De strijkstok van rotan met paardehaar bespannen. Makale.

L. 73, dm. klapperdop 13, br. hals 3,8 cM.

2017/7. Als voren (geso-geso), doch de klankkist rechthoekig, van hout, de bovenzijde met bladscheede overtrokken, de andere zijden evenals de hals met rood, zwart en geel gekleurd snijwerk versierd. De hals met twee bladvormige en twee ronde uitsteeksels; het boveneinde plat, rechthoekig verbreed en niet a jour bewerkt. Het ornament bestaat hoofdzakelijk uit ruiten, cirkels en kruisbloemen. Aan het ondereinde der breede zijden van den hals een witte, gestileerde menschen- of dierenkop met twee duidelijke oogen op zwarten grond. De cirkels met getande omtrekken. Aan het boveneinde van den hals twee bladvormige uitsteeksels onder en boven een, met bladkrullen gevulden rechthoek. De strijkstok met touw bespannen. Makale.

L. 86,6, br. klankkist 13, 1. 14, br. hals 5, br. uiteinde 7,5 cM. Zie plaat VIII, fig. 4.

1300/7. Snaarinstrument (tandilo*), bamboegeleding, door tusschenschotten gesloten, een daarvan doorboord. De zijwand op eene plaats afgevlakt en daar van

1) Adriani en Kruyt, o. c. Atlas, pl. „muziek", onderste figuur. — Kruyt in Af. N. Z. G. XLI, 44. — Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XXIII, fig. 12. — Kaudern, II, 100 met bild 104, fig. 1.

2) Adriani en Kruyt, De Barè'e-sprekende Toradja's, II, 383 met pl. „hoofdstuk muziek", onderste figuur rechts.

3) Adriani en Kruyt, o. c. II, 383 met Atlas, pl. „hoofdstuk muziek": tandilo. — Vgl, Cat. JR. £. Af. IV, 65, n° 1002/101 en de daar in noot 8 aangehaalde bronnen. — Verslag 2' jaarmarkt-tentoonstelling, 54: gamülan boemboeng. — Kaudern, II, 98—99 met bild 104, fig. 5-

Sluiten