Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2078/8. Doodendoek (poritoetoe ba'ba dewata1), roode grond, geïkat op de schering met het motief oeloe karoewa, bestaande uit blauwe ruiten met blauwe kernen en met haakvormige blauwe uitsteeksels aan de boven- en onderzijde. Van onderen toempaPs. Aan onder- en bovenrand zwarte kruisen op ongekleurden grond. Onder en boven gestileerde ongekleurde toempaPs. De zijranden rood, zwart, lichtblauw en wit. — Zeldzaam en extra groot, diepe kleuren. Toradja's. M.

L. 246, br. 173 cM.

2017/n. Voorhoofdversiering (polo dodo), bestaande uit een breeden band veelkleurige kralen, met grijs katoen omboord. Het ornament bestaat uit twee, door gele diagonalen in vier driehoeken verdeelde vierkanten en daartusschen twee rechthoeken met een blauwe ruit in het midden en overigens door gele strepen ieder in zes driehoeken verdeeld. — Door dansmeisjes op doodenfeesten gedragen. Batoe Aloe, afd. Makale.

L. 32, br. 4 cM.

2017/12. Als voren (polo dodo), doch breeder en niet omboord. Het ornament bestaat uit concentrische ruiten en driehoeken, door breede banden van gele kralen begrensd. De ruiten van blauwe en lichtroode, de driehoeken van witte, zwarte, blauwe, groene en donkerroode kralen. In het midden een dwarsband van roode, witte en zwarte kralen. — Door dansmeisjes op doodenfeesten gedragen. Batoe Aloe, afd. Makale.

L. 30, br. 5,4 cM.

2017/13. Familiesieraad (kandaoere), geheel uit veelkleurige kralen bestaande, eenigszins fuikvormig, van boven naar onderen breeder wordend, van boven bevestigd aan een rotanring (?) en in een kwastje van rood gebloemd katoen uitloopend, van onderen aan een hoepel van tin, met afhangende kralensnoeren. Het ornament bestaat uit: van boven witte gestileerde menschenfiguren, door groene ruiten met haakvormige armen gescheiden; verder zwarte ruiten, waarin vier kleinere witte ruiten, omgeven door gele of groene haakvormige figuren, opengewerkte veelkleurige ruiten en driehoeken, enz. — Op doodenfeesten bij het lijk tentoongesteld aan een langen bamboestaak. Rante Balla, gebied Badjo.

H. 47, br. 11—33 cM.

1456/19. Amulet*), uit den kop van een Pythonsoort gesneden, in den ruwen vorm van een menschenfiguurtje, met hoofd, uitstaande armen en beenen. — Wordt aan een touwje om den hals gedragen. To Bada.

H. 6 cM.

1377/13. Versiering, houten, aangepunt stokje, dat aan het boveneinde een toegevouwen papieren doosje draagt; aan weerszijden daarvan zijn met rood of zwart katoen bekleede schuine stokjes bevestigd, waaraan schijfjes verschillend gekleurd vlierhout en bladeren, geknipt van verschillend gekleurd papier. — Volgens opgave van dr. Kruyt nabootsing van het graf van Mohammed en bij het Mattlid*)-offer aan de voornaamste grooten uitgereikt. Todjo.

L. 23 cM.

Zie plaat IX, fig. 2.

I377/1 r- Vogel4), van pandan(?)-bladreepen, met duidelijke vleugels, kop en staart, geheel bekleed met driehoekige lapjes zwart, rood, blauw, paars, groen, wit en oranje katoen in rondgaande rijen. Aan een vleugel hangt aan een snoertje witte en zwarte kralen een molentje van papier. — Wordt bij het Maulid-fcest als overbrenger

1) Zie van Nouhuys, 1. c. p. 117, afb. 8.

2) Sarasin, Reisen in Celebes, II, 109, fig. 47. — Grubauer, o. c. 510, fig. 272.

3) Adriani en Kruyt, o. c. I, 338.

4) Adriani en Kruyt, o. c. I, 337.

Sluiten