Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

banden gescheiden door roode strooken met ongekleurde randen en begrensd door dubbele roode reepen met ongekleurde zigzagstrepen. Het boven- en ondergedeelte paars. De randen met roode bladreepen overtrokken. N. Dm. boven 18,5, beneden 32, h. 15 cM.

1647/1203. Vliegendeksel (depoehoe1), als voren, doch van verschillende lagen straalsgewijze of schuin over elkaar gelegde w'/ar-bladreepen, in cirkelvormige gangen met fijne vezels aan elkaar genaaid; die van de binnenste laag ongekleurd, die van de buitenste paars, groen, blauw en geel. De verdikte randen paars gestreept en door dubbele schuin paars gestreepte smalle randjes gevolgd; de wanden verdeeld in driehoeken van verschillende kleur, het bovenvlak in dergelijke evenwijdige strepen. Limboito, Gorontalo.

H. 1 i,s, dm. 16,5—27 cM.

43/60 *) en 776/29. Als voren (depoehoe), doch van zwarte, oranje en ongekleurde, bij n* 60 ook van roode «7ar-bladreepen. De randen gevolgd door enkele ongekleurde randjes met zwarte ruiten (60) of door dubbele ongekleurde randjes met zwarte schuine strepen (29). Het bovenvlak, evenals de wanden, verdeeld in driehoeken, die bij n° 29 door twee elkaar kruisende breede oranje reepen gescheiden worden. — Gebruikt om spijzen te bedekken en tevens tot verkoop van droge waren op de markten. Gorontalo.

H. 6 en 8, dm. 15,5—26 en 15—24,5 cM.

1647/1205. Als voren (depoehoe), doch in den vorm van eene afgeknotte vierzijdige pyramide. De reepen van de buitenste laag geel, groen, bruin en paars met dubbele, paars en oranje gestreepte bandjes langs den boven- en onderrand. Limbotto, Gorontalo.

L. 27—36, br. 16—21, h. 9,5 cM.

1456/129. Als voren (taoeboe baki*), doch de boven- en zijvlakken belegd met roodbruine, bruine en zwarte reepen in een patroon van driehoeken; alle randen met breede roode, bruine en zwarte dwarsstrepen en gevolgd door smalle, schuin zwart gestreepte randjes. Gorontalo.

L. 44—55, br. 28—41, h. 8,5 cM.

1926/364. Als voren (pasamboe), doch achthoekig, volgens de gecompliceerde omslingeringsmethode *) over drie bamboehoepels gevlochten, met randhoepel van bamboe, naar onderen trapsgewijze verbreed. In het midden van het bovenvlak een rond gat N.

Dm. boven 23,5, beneden 37, h. 13,5 cM.

1926/365. Als voren (pasamboe), doch van boven naar onderen gelijkmatig afloopend, met acht uitstekende punten van boven. De binnenzijde van breede palmbladreepen gevlochten, de buitenzijde bijna geheel met geel katoen overtrokken, de zijden versierd met opgewerkte roode buffelhorens of zwarte vogels (kippen?), omgeven door ruitjes van paars, rood en groen flanel. De rotanreepen aan de randen met rood of gebloemd katoen overtrokken en omgeven door een rij, met mica bedekte bladranken. Op het bovenvlak een roode vierpuntige ster, uitloopende in paren buffelhorens met een groene micaschijf in het midden, omgeven door groepen van drie paars en roode ruiten en groene driebladerige bloemen. De bovenrand en de uitstekende punten met geel gekleurde reepen omwoeld.. N.

Dm. boven 24, beneden 35,9, h. 16,5 cM.

1) Jasper, Vlechtwerk, 165, 202. — von Rosenberg, Reistogten, 30.

2) Serie 43 coll. C. B. H. v. Rosenberg, Dec. 1864.

3) Meyer nnd Richter, Celehes, 1, p. 39, n° 46 met pL X, fig. 19.

4) Jasper, Vlechtwerk, p. 57, fig. 50.

Sluiten