Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken latje, dat aan weerszijden door een zwarte bies met ongekleurde ruiten omgeven is. Een dergelijke bies boven den met zwarte reepen overtrokken onderrand. Ook de hoofdring met zwarte reepen overtrokken. Potanga, Gorontalo. Dm. 41,5, h. 10,5 cM.

43/105. Hoed (wontoewo), als voren, doch de buitenzijde bestaat uit drie afwisselend bruine en zwarte en drie afwisselend bruine en rood gebatikte strooken, de bol uit drie zwarte en drie oranje driehoeken, begrensd doör een zwarte bies met ongekleurde ruiten, evenals de onderrand, die met afwisselend zwarte en ongekleurde en enkele roode reepen overtrokken is. De hoofdring ongekleurd. Gorontalo.

Dm. 36,5, h. 11 cM.

1647/1204. Als voren (wontoewó1), van kruiselings over elkaar gelegde lagen van silar (Corypha umbraculiferaybl&éreepen, komvormig, met versterkten rand. De reepen door cirkelvormige gangen van fijne vezels aan elkaar genaaid, die van de buitenste laag in paarse, bruine en groene driehoeken gerangschikt. Langs den buitenrand een dubbel, schuin paars gestreept randje. — Komt overeen met de Javaansche tjapil. Limbotto, Gorontalo.

H. 5, dm. 36, dm. hoofdring 18 cM.

695/15. Als voren, doch kegelvormig, de buitenzijde geel gekleurd en in vier driehoeken verdeeld. Binnen den rand een rood latje, met gekruiste ongekleurde rotanreepen. De binnenzijde, behalve den hoofdring, met wit katoen gevoerd. Minahassa.

H. 10, dm. 28 cM.

37/701. Als voren, doch met opstaanden rand. De hoofdring en de binnenzijde geheel bekleed met wit katoen, het bovenvlak met platgeslagen orchideeênstengels, die in driehoeken of trapezia gegroepeerd zijn. Minahassa.

H. 9,5, dm. 31 cM.

43/113. Als voren, doch kegelvormig, de buitenzijde uit afwisselend gele en roode smalle reepen bestaande, in vijf driehoeken verdeeld, wier toppen in den bol samenkomen. De rand met roode reepen overtrokken. Daarbinnen een smalle zwarte lijst met uitgespaarde ruiten. De binnenzijde en de hoofdring van ongekleurde reepen. Gorontalo.

H. 10, dm. 32 cM.

695/17. Als voren, doch de buitenzijde geel, door zwarte reepen in een aantal parallelogrammen, ruiten en driehoeken verdeeld. Om den bol vier met mica belegde ruiten, door elkaar kruisende ongekleurde rotanreepjes in een groot aantal ruiten verdeeld. De rand rood, van buiten door twee gele reepen en van binnen door een bruinen reep gevolgd. De hoofdring van rechthoekig gevlochten ongekleurde, roode en zwarte reepen, die zigzagstrepen vormen. Minahassa.

L. 11, dm. 40 cM.

308/5*). Als voren, doch de rand omhooggebogen; de buitenzijde van ongekleurde palmbladreepen, in het midden een kegel, bestaande uit zeven, langzamerhand kleiner wordende kringen van roode, in sierslag gevlochten reepen op witten grond. Bovenop een met rood katoen bekleede stompe knop. Om den bol en den rand een rij rozetten van rood vlechtwerk, met blauw mica ingelegd. De rand met roode reepen bekleed. Aan de binnenzijde een groote 16-stralige ster met afwisselend roode en zwarte stralen. Zonder hoofdring. Om den bol van binnen een band ongekleurd en om den rand een band rood diagonaal vlechtwerk. Menado IJ).

H. 11,5, dm. 45 cM.

1) Jasper, Vlechtwerk, 94.

2) Serie 308 don. J. Broers, Juni 1882,

Sluiten