Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/. Rokken.

1328/161). Rok, met een smalle roode streep langs den boven- en onderrand. De kleur geheel verbleekt en het patroon nog slechts flauw zichtbaar, waarschijnlijk geel geruit op paarsen grond. Gorontalo.

L. 114, omvang 178 cM.

1328/15. Als voren, uit twee banen samengenaaid, door groepen van groene lijnen geruit; langs den boven- en onderrand een breede roode streep, het hoofd geruit door blauwe overlangsche en witte dwarsstrepen. Gorontalo.

L. 108, omvang 190 cM.

1328/133). Als voren, doch van Oranje-geel geruit katoen, nog aan éen stuk en niet samengenaaid; het hoofd met gele overlangsche strepen en roode dwarslijnen. Gorontalo. L. 396, br. 67 cM.

43/117 & 119. Als voren, doch van rood en groen (117) of rood en zwart (119) geruit katoen. In ieder vierkant een witte stip (119) of afwisselend witte en oranje Andreaskruisen (117). De achterkant van n° 119 met evenwijdige witte dwarslijnen, Dy n« 117 met evenwijdige witte, oranje en groene lijnen. De kapala van n« 117 alleen gestreept. — Dient voor mannenkleeding, n° 119 van Europeesch garen geweven. Gorontalo.

L. 372 en 220, br. 62 en 67 cM.

43/86 & 108. Als voren (lipa-üpa*), doch van rood en groen (108) of rood en blauw (86) geruit katoen; n» 108 van voren sterk geglansd, de kapala met groepen witte lijnen of breede strepen. — Voor mannen en vrouwen, van Europeesch garen geweven. 86: Parigi, 108: Gorontalo.

L. 416 en 396, br. 69 en 61 cM.

1328/14*). Als voren (kain patola), doch geel met schuine reeksen zachtgroene vierkanten en overlangsche roode streep nabij den eenen rand, het hoofd met torenvormige figuren, die elkaar paarsgewijze met de basis raken, terwijl de toppen der torens eene donkerkleurige baan, waarin kleine gele rechthoeken, een zigzaglijn en groepen in den vorm van Andreaskruisen en groote ruiten, vormen. Nabij de basis der torenvormige figuren zijn twee en in ieder der banen vijf roode dwarsstrepen ingeweven. Limboto, Gorontalo.

L. 877, br. 61 cM.

43/123. Als voren, doch met witte figuren op blauwen grond: reeksen Andreaskruisen, begrensd door paren evenwijdige lijnen. De voorzijde geglansd met water waarin een weinig sago is gekookt. — Van inlandsen garen geweven. Gorontalo.

L. 280, br. 75 cM.

43/87> Als voren (lipa-lipa), doch van rood en wit geruit katoen. De kapala rood met een aantal enkele of dubbele witte dwarsstrepen. Gorontalo. L. 308, br. 69 cM.

43/rrS1)- Als voren, doch van wit en blauw fijn gestreept katoen, met een ruitpatroon. Gorontalo. L. 226, br. 64 cM.

43/8S & "4- Als voren, doch van wit en blauw geruit katoen, met een patroon van grof gestreepte rechthoeken en fijn gestreepte vierkanten (85) of van afwisselend

1) Serie 1328 don. J. Wolterbeek Muller, Nov. 1901.

2) Cat. Tent. O. I. weefsels 1901, p. 52, n° 365.

3) Schröder, Gor. Wdl. 148, s. v. sarong.

4) Cat. Tent. O. I. weefsels, 1908, p. 52, n° 367.

5) Cat. O. I. weefsels 1901, p. 51, n° 360.

Sluiten