Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fijn en grof gestreepte vierkanten (114). — Voor mannen. Geweven van inheemsen katoen en bewerkt met door indigo (ente) geverfd garen. Gorontalo. L. 234 en 228, br. 66 en 73 cM.

43/1121). Rok (lipa-lipa tilané), als voren, doch bestaande uit groote vierkanten, die ieder in een groot aantal licht- en donkerblauwe vierkantjes verdeeld zijn. — Voor mannen en vrouwen. Van Europeesch garen geweven. Gorontalo.

L. 228, br. 64 cM.

43/107. Als voren (tioenggi), doch van wit en blauw gestreept katoen, de lichte strepen in een aantal ruitjes verdeeld. — Voor mannen. Gorontalo. L. 254, br. 62 cM.

300/1309. Als voren, doch van scharlakenrood katoen met witte sterren in door lichtroode lijnen gevormde ruiten. De kapala wit gestreept. Gorontalo. L. 390, br. 64 cM.

776/6 *). Als voren {lipa-lipa), doch met schuin geruit rood lijf en oranje kapala met twee rijen, met de toppen tegen elkaar gekeerde toempaPs, gescheiden door een dwarse reeks van, door rechthoekjes gevormde, stervormige figuren en begrensd door een rij ruiten met Andreaskruisen in de tusschenruimten en met een Andreaskruis als kern. Over de kapala vijf lichtgele dwarse strepen. De buitenzijde geglansd. Alle figuren geïkat. Vervaardigd te Limboto (Limoeto).

L. 352, br. 61,5 cM.

776/7. Als voren (lipa-lipa), doch de figuren in de kapala lichtrood geïkat op donkerrooden grond en door vijf ingeweven strepen van gouddraad begrensd; in het lichaam wisselen reeksen van groote lichtroode en gele geïkatte sterren met elkaar af. Langs den boven- en onderrand onderling afwisselende groepen van licht- en donkerroode, gele en donkerroode rechthoeken tusschen twee strepen van zilverdraad. — De gewone Gorontalosche vrouw draagt meestal eenvoudig ais kain een stuk ongebleekt katoen om de lenden. Dit katoen wordt met door den handel aangebrachte anilinekleuren geel, oranje of groen gekleurd. Hel sprekende kleuren zijn zeer gewild. Het weeftoestel der Gorontalosche vrouw is volkomen gelijk aan dat, wat de Makassaarsche gebruikt. Volgens de overlevering zou de kunst van weven van Goa geleerd zijn. Tegenwoordig worden alleen Europeesche garens gebezigd om te weven. De goedkoopte der ingevoerde garens deed den £<z/or-aanplant verwaarloozen en de kunst om garens te twijnen verloren gaan. — Door meer aanzienlijke vrouwen (boki-boki) gedragen. Vervaardigd te Limboto.

L. 120, omtrek 95 cM.

300/1308. Als voren, doch van donkerblauw katoen, met ingeweven roode, gele, witte en lichtblauwe sterren. Aan een kant rood borduursel. Minahassa. L. 392 (dubbel), br. 69 cM.

770/5 *)• Als voren (lipa-lipa), doch van rood katoen, met kleine gele, oranje, groene en paarse ruiten. De kapala gestreept en met gouddraadstrepen doorweven. Gorontalo. Omtrek 211, 1. 138,5 cM.

1668/1*). Kain bëntènan 6) (Ratahan: kaiwoe, Tombatoesch\pinamakis), antiek,

1) Cat. O. I. weefsels 190!, p. 51, n° 359.

2) Cat. O. I. weefsels 1901, p. 51, n° 357.

3) Cat Tent. O. I. weefsels 1901, p. 51, n° 378.

4) Serie 1668 don. J. E. Jasper, 1908.

5) Jasper, Verslag 4e Jaarmarkt-Tent. p. 35—40. — Cat. O. I. weefsels 1901, p. 53—54, n° 373- — RoufPAER, Ikats, Tjindé's, Patoto's en Chiné's, p. 28—29. — Loebèr, Het weven. p. 54—55 met pl. IX, fig. 1. — Meyer und Richter, Eihnogr. Mistellen, n° 11,68—71 met pl. m- — Jasper, Weefkunst, p. 9, fig. 3, p. 71, 143, 144, 147, 181, 182, 231, 232, 270—274 met pl. 17 en 24, p. 286. — Graafland, I, 352.

Sluiten