Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs de randen ruiten met een vierkant als kern, verder twee concentrische rechthoeken, uit kleine ellebogen bestaande, daarbinnen en daartusschen blad- en bloemfiguren, sterren en krullen. Tondano. L. 202, br. 63,5 cM.

1647/1208. Ligmat (amongo), model, van een dubbele laag lomoeli^-bladreepen gevlochten, de onderste van breedere reepen, ongekleurd en diagonaal gevlochten; alle randen met zelfkant en aan elkaar genaaid; de bovenste laag van paarse en groene reepen, onregelmatig gevlochten met een patroon van rijen kleine of groote, schuine vierkanten in de lengte en daartusschen rijen dubbele streepjes, van kleine vierkanten gevormd in de andere richting. Twee hoeken geheel groen, de andere geheel paars. Op die hoeken zoowel als op de ongekleurde achterzijde is in paars of groen of in beide kleuren op verschillende plaatsen een figuur overgevlochten, bestaande uit een Andreaskruis met een driehoek op het einde der armen, soms nog door een tweede kruis overdekt. Limbotto (Gorontald).

L. 91, br. 39 cM.

695/18. Mat, als voren, doch van ongekleurde, zwarte en roode reepen gevlochten. Patroon: langs de langsranden een dubbele rij, met Andreaskruisen gevulde vierkanten. Daarbinnen een ongekleurde maeanderrand, die halve kruisen omsluit. In het midden twee rijen, met de koppen naar elkaar gekeerde vogels en overigens sterren, ongekleurd op zwarten grond. De geheele mat door schuine roode strepen doorkruist. Minahassa.

L. 186, br. 53 cM. Zie plaat I, fig. 2.

1647/11380—f. Matjes (pengalas medja), van zeer fijne, zigzagvormig gevlochten j//ar(?)-bladreepen, rond, met volgens gebogen gangen ingevlochten vezels in den rand, bij n° n$&b—f ook nog uit cirkelbogen bestaande gedeelten op het middelvak; n° 1138 rood, de sierreepen geel en wit, n° 11380 geel, de sierreepen rood en zwart, n° 1138* stroogeel, de sierreepen zwart, n° r 138* zwart, de sierreepen stroogeel, n° 11380" rood, de sierreepen geel, n° n 381 zwart, de sierreepen geel en n° 1138/zwart, desierreepen hooggeel en stroogeel. — Om onder een staande lamp te leggen. Tondano.

Dm. 21,5 cM.

Zie plaat II, fig. 9.

2. Gordijnen.

619/1*). Gordijn, van wit katoen, de eene zijde beschilderd met eene voorstelling uit het Ramayana: links Rama met gespannen boog en Laksmana, die bezig is, zijn boog te spannen. Achter hem de apenkoning Soegrïwa en Hanoeman met den berg Malyawan in de linkerhand en een knots in de rechterhand. Verder een groot aantal apen, de meesten rotsblokken aandragend. Rechts Rawana met tien hoofden en twintig armen, met een driepuntigen pijl op zijn boog. Achter hem twee aanvoerders der r aks as a's en verder apen en raksasa's, die elkaar bestrijden. Bijna alle figuren bruinrood gekleurd, met uitzondering van eenige zwarte raksasa's. — Waarschijnlijk VoorIndisch import8). Ajer Madidi. Minahassa.

L. 486, br. 93 cM.

1) Jasper, Vlechtwerk, 25.

2) Serie 619 don. H. J. Tendeloo, Maart 1887.

3) I. A. f. E. II, 228. — Vgl. v. Nouhuys, Ned. Indi'è Oud en Nieuw, X, p. m, afb. 2.

Sluiten