Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Gereedschap voor verlichting.

370/20361). Fakkel, van damar, in palmblad gewikkeld, dat met rotanreepen omwonden is. — Ter verlichting. Menado. L. 43, dm. 4 cM.

4. Overig huisraad.

43/56. Doosje, van gaba-gaba3), van buiten zwart geverfd en met gekleurd papier beplakt in den vorm van driehoeken en een rozet in het midden der bovenzijde van het deksel. Rechthoekig, met vooruitstekende randen. Gorontalo.

L. 14, br. 9,8, h. 6,5 cM.

43/29. Kistje (abila8), rechthoekig van nipah (Nipa fruticosd)-\>\aA, de randen van doos en deksel met rood en oranje blad belegd en daarbinnen een rotanlatje. Langs den bodem en den rand van het deksel een band trapvormig, resp. kruisvormig vlechtwerk van ongekleurde en zwarte bamboereepen. De zijwanden der doos en het bovenvlak van het deksel versierd met uitgeknipte bloemen en krullen van wit papier, met mica bedekt, het deksel in vier vierkanten verdeeld. — Dient tot bewaring van kleinigheden. Gorontalo.

L. 14, br. 11, h. 7 cM.

43/65. Als voren, doch de zijwanden en het oppervlak van het deksel versierd met mica en daarover ruitvormig vlechtwerk « jour van ongekleurde en roode rotanreepen. De onderrand met ongekleurde en zwarte bladreepen, die een driehoekpatroon vormen, belegd. Overigens als n° 29. Gorontalo.

L. 14,5, br. 12, h. 7 cM.

' 43/30- Als voren (abila), doch grooter en minder versierd. De bladreepen geel en bruin, waardoor aan de zijwanden een driehoeks- en op het bovenvlak van het deksel een ruitpatroon gevormd wordt. Langs de randen een rotanreep met uitgespaarde ruiten. De randen met roode bladreepen overtrokken. Zonder micaversiering. Gorontalo. L. 28, br. 15, h. 10,3 cM.

1926/803*). Doosje (epoe), van ongekleurde en roode /«««««-bladreepen volgens de drierichtingsmethode 5) gevlochten, cylindervormig, met overschuivend deksel. De bodem en het bovenvlak van het deksel zeshoekig. Tonsea.

H. 4, dm. 5,5 cM.

43/26. Als voren, doch van ongekleurde silar (Corypha umbraculifera)-Teepert diagonaal gevlochten. De rand van het deksel zwart omboord. Bodem en deksel met zes uitstekende punten. Gorontalo.

H. 8,5, dm. 8,5 cM.

43/73. Doosje (bako*), rond, met opschuivend deksel, van koehoorn vervaardigd.— Dient tot bewaring van kleinigheden. Kwandang, Gorontalo. H. 2,2, dm. 4,7 cM.

776/28 en 1926/5117). Doozen, 28: abila hoeloehoeloelo, 511: abila palipalilingo, rond, van aaneengenaaide «'/«r-bladreepen, van onderen en van binnen ongekleurd, van buiten rood en ongekleurd (gevouwen), met opschuivend plat deksel, naar boven

1) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 10= kl. n° 252/b.

2) Jasper, Vlechtwerk, 37, n. 1, 165: binnenwand van den sagobladsteel.

3) Schröder, Gor. Wdl. 77: s. v. doos. — Jasper, Vlechtwerk, 165.

4) Cat. Bat. Gen. p. 170, n° 2795.

5) Jasper, Vlechtwerk, 53.

6) v. Rosenberg, Reistogten, 30.

7) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6369.

Sluiten