Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

versterkt, die met fijne bruine reepen is vastgebonden en daarop een verticale, rondgaande bamboereep. Tonsea. H. 4, dm. 4,5 cM.

1926/501x). Mand (abaoengo), als voren, doch rechthoekig, van reepen seho-bast, die door vertikale, vischgraatvormig gevlochten rotanbanden aan elkaar verbonden zijn. De randen en het midden der zijden met rotanlatten versterkt. Met overschuivend, afgeknot pyramidevormig deksel. Langs den bodem een breede bamboereep, waardoor aan de beide langszijden een rotanlus getrokken is, die boven het deksel uitsteekt. — Voor kleederen. Gorontalo.

L. 37, br. 26, h. 34 cM.

43/28 en 1647/1195. Als voren (28: pahoa, 1195: pada'), doch van ongekleurde, zigzagvormig (tweeslag) gevlochten bamboereepen, koffervormig, met overschuivend deksel; alle wanden eenigszins gebombeerd; bodem en bovenrand van de mand en de onderrand van het deksel versterkt met een breeden bamboereep, met rotanvezels vastgebonden. Aan den ondersten reep, die tevens als voet dient, dunne rotanreepen als hengsels. — Tot het opbergen van kleeding en andere zaken. 28: Gorontalo, 1195: Limbotto (Gorontalo).

L. 36,5* en 18,5, br. 22 en 13, h. 28 en 20 cM.

1926/700*). Als voren (pada), doch ellipsvormig en uit twee op elkaar geschoven afdeelingen bestaande. Overigens als voren. — Voor kleederen. Gorontalo. H. 45,5, 1. 41, br. 26 cM.

1676/15. Doos, cylindervormig, met opschuivend deksel, van bladreepen volgens sierslag4) gevlochten. De buitenzijde van den wand met schuine rijen puntige uitsteeksels van afwisselend drie ongekleurde, roode, groene en zwarte reepen bezet. Op het deksel zijn concentrische cirkels van dezelfde uitsteeksels en in het midden eene groene achtbladerige bloem gevormd. Langs de randen een reep rood katoen, gevolgd door een band ongekleurd vlechtwerk. De binnenzijde langs de wanden met geel papier beplakt. De bovenrand van binnen met zwarte vezels omwonden. De bodem van binnen van rechthoekig gevlochten gele en zwarte reepen. De buitenzijde uit twee gele en twee groene driehoeken, door roode banden gescheiden, bestaande. N. (?).

H. 21, dm. 31 cM.

43/23. Mandje (sarangka), rond, van groepen rotanreepen diagonaal a jour gevlochten, met uitstaanden voet. Half bolvormig, geheel a jour gevlochten deksel met eene ronde opening van boven, door omwinding met vezelkoord aan de mand bevestigd. — Wordt gebruikt, om kokosnoten in te bergen, die de plaats van borden vervangen. Gekocht te Parigi.

H. 20, dm. 18 cM.

43/46. Als voren (palilt), van rotanreepen volgens het eenvoudige omslingeringssysteem6) over horizontale koepels gevlochten, naar boven versmald. In het midden van het ronde, opschuivende deksel een rotanlus. — Dient tot berging van kleinigheden. Bolila, Gorontalo.

H. 10,5, dm. 12,5—14 cM.

1328/17. Koker, cylindervormig, met bijna geheel insluitend deksel, van fijne,gele vezels met ingevlochten ruitpatroon en een zwarte streep langs den boven- en onderrand. Gorontalo.

H. 12,5, dm. 9 cM.

1) Cat, Bat. Gen. Suppl. p. 134, n° 6374.

2) Jasper, Vlechtwerk, 165.

3) Cat Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6370.

4) Jasper, Vlechtwerk, p. 60, fig. 55.

5) Jasper, Vlechtwerk, 56.

Sluiten