Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijzeren staafjes, ieder met een kleinen weerhaak aan de binnenzijde. Onderaan met eene onregelmatige omwoeling van rotanreepen bevestigd op een cylindervormige bamboeschacht. Bwool. L. punten 12, 1. schacht 139, dm. 1,9 cM.

254/i43Werpnet»), van fijn bruin garen, aan de kanten roodbruine touwen, waaraan het net is bevestigd; aan den eenen kant looden zinkers, aan den anderen kant 15 tonvormige dobbers van bruin hout. Menado.

L- 335) br. 120 cM.

43/106. Koord (bohoe), van ganemoe (Gnetum Gnemon L. *)-vezels gedraaid.

Wordt gebruikt tot het maken van vischnetten. Gorontalo.

43/57 en 1328/4. Fluiten, van bamboe, aan het eene einde door den knoop gesloten en op eenigen afstand hiervan in den wand van eene blaasopening voorzienn° 57 met ingebrande ruiten en driehoeken versierd. — Dient om het signaal voor het inhalen der netten te geven. 4: Bajé. Taaleilanden, 57: Gorontalo.

L. 25,5 en 31, dm. 5 en 4,5 cM.

Ï328/5. Trompet, van eene schelp (Lampusia lampas) vervaardigd, met een gat in den voorlaatsten omgang geslagen, dat als blaasopening dient. — Voor hetzelfde doel als boven gebruikt. Bajé, Togian-eüa.nden.

L. 19,5 cM.

1647/1194. Vischmand (boeti*) haja-haja), bestaande uit een stuk rotan, dat over het middengedeelte in talrijke reepen is gespleten, die uitgebogen zijn tot een cylinder met spitse uiteinden en dwars (één op, één neer) met aaneengesloten rotanreepen zijn doorvlochten. Op het midden van den cylinder is door bet omslaan der reepen eene rechthoekige opening gevormd; hierover ligt een rechthoekig dekseltje van lusvormig è jour, onregelmatig gevlochten rotanvezels binnen een rechthoekig raam van reepjes. Het deksel met dunne reepen aan de mand bevestigd. Limbotto {Gorontald).

L. 52, dm. 13 cM.

1647/1196. Als voren (boeit), van ongekleurd rotanvlechtwerk, rond, naar boven vernauwd en met plat deksel. De bodem gevlochten met om elkaar gestrengelde reepen, die om straalsgewijze gelegde reepen zijn gevlochten6). Deze laatste rechthoekig omgebogen en met dwarsgangen, rechthoekig (één op, één neer) met aaneengesloten reepen doorvlochten; de scheringreepen om den randhoepel teruggeslagen en weder ingevlochten, zoodat zij over het bovenste deel dubbel zijn. Aan den rand vischgraatvormig vlechtwerk»); dergelijk vlechtwerk aan den rand van het ronde, platte deksel, dat overigens lusvormig è jour in rondgaande gangen is bewerkt. Het deksel met rotanreepen aan de mand vastgebonden. Limbotto (Gorontalo).

H. 18, dm. 12—19 cM.

254/24^. Visschersprauw (prahoe pelang*), model, met platten bodem en puntige, eenigszins oploopende stevens. Met twee uitleggers. Het midden met planken bedekt. Driebeenige mast van bamboe met twee rechthoekige zeilen van bruin katoen. Bijgevoegd een groote en een kleine pagaai, beide met krukvormig handvat. Op den

1) Int. Fisch. Ausst. Berl. p. 26, Me, ia.

2) Krause, Vorgeschicktliche FuchereigerSle, 240.

3) db Clercq, p. 249, n° 1671.

4) Jasper, Vlechtwerk, 210.

5) Vgl. Lehmann, pl. I, fig. 11.

6) Mason, Vocabulary, i. v. borderwerk en fig. 3.

7) Cat. Int Fisch. Ausst. Berl. Me 1.

8) Schwarz, Tont. Wdb. 321, s. v.: „ondiep."

Sluiten