Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mast een Nederlandsche vlag. - Wordt gebruikt voor WWvisscherij bij hooge zee. Menado.

L. 77, br. 10,2, h. 7,8 cM.

GROEP V.

Land-, tuin- en boschbouw, vee- en insectenteelt •>

776/35 en 1456/140»). Graafstokken, n» 35= A**«*. model op 1/2 der ware grootte : van donker palmhout, de steel in doorsnede plat ovaal (35) of onregelmatig vierkant (140), het blad verbreed, aan het boveneinde lepelsteelvormig (35) «f plat (140), aan het ondereinde beitelvormig (35) of ^mvt i1*0)' scherP ultlo°"

pend. 35 : Gorontalo, 140: Tomohon.

L. 75,5 en 126, dm. steel 2,8 en 3—4, br. blad 4,7 en 7,5 cM.

776/33 Ploeg (popadeo% lokaal-Mal. padjeko), model op 1/3 der ware grootte, de Wom (walihi) en de ploegschaar (tomato) van bamboe, het overige van hout vervaardigd. Het midden van het juk (oeloela) wordt door middel van eene, van rotanreepen gevlochten lus aan den boom (wolihi) bevestigd en zoo op den nek der, steeds paarsgewijs voor den ploeg gespannen karbouwen gelegd, zoodat die tusschen de vorkssewiize, in het juk, nabij de beide einden bevestigde klemhouten besloten is, terwijl onder den hals een rotantouw met de einden der klemhouten wordt verbonden. Gorontalo.

L. boom, 99, h. ploeg 36, 1. juk 60 cM.

57/28*). Als voren, doch geheel van lichtgeel hout, zonder juk en boom. Menado. L. 26, br. 5,6 cM.

57/30. Juk, voor twee ossen, model, van lichtgeel hout, cylindervormig. Een der vier pennen ontbreekt. Menado. L. 15,7, dm. 2,2 cM.

776/34. Egge ikoeheidoe), model op 1/3 der ware grootte, van hout, met tien tanden van bamboe, waarvan de beide middelste naar boven zijn verlengd, om als handvat bij het besturen der egge te dienen en ze van tijd tot tijd op te heffen. De steel Van bamboe, de benedenhelft door opensplijting vorkvormig en de einden dezer vork door middel van houten pennen aan twee, in de egge bevestigde, houten armen verbonden. Gorontalo.

L. 58, 1. tanden 11,5, 1. der beide middelste tanden 47, 1. steel 103,5 cM.

57/29. Als voren, doch bestaande uit een gebogen stuk lichtgeel hout, waarin acht tanden van bamboe gestoken zijn, waarvan de beide middelste naar boven verlengd zijn. Zonder steel. Menado.

L. 14, 1. tanden 4,5, 1. der beide middelste tanden 15 cM.

370/2044*). Hark, model, van ijzer, met zes tanden, door middel van een, eerst plat, daarna cylindervormig uitsteeksel aan een houten steel bevestigd. Menado. L. 10, 1. tanden 7, 1. uitsteeksel 7, L steel 16 cM.

1) Meyer nnd Richter, Celebes, I, 17. — Graafland, I, 147—163. — Riedel, T. I. T. L. Vk. XVIIL 538—546. — Kaudern, II, 339, bild 143.

2) Meyer und Richter, n° 292 met pl. IV, fig. 12. — Sarasin, Reuen m Celebes, I, 51.

3) Schröder, Gor. Wdl. 140, s. v. .ploeg." — Graafland, I, 154. — Riedel, T.I. T.I. Vk. XVIII, 540—541 met noot 71.

4) Serie 57 don. dr. G. j. Wdïnecke, 1865.

5) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 10e kl. n* 199.

Sluiten