Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

300/17361). Kort zadel, als voren, van hetzelfde materiaal, doch met koehuid bekleed en met diagonaal, van bladreepen gevlochten touwen. Menado. L. 44, br. 30—39 cM.

776/19*). Lang zadel (wapidoe haja-ha/a*), vorm en grondstof als bij n° 18,doch voor twee personen. — Op dit zadel zit de man met de vrouw achter zich. Niemand mag evenwel volgens de adat met zijne eigene vrouw rijden. Stijgbeugels worden niet gebruikt, de beenen zijn bij het rijden dan ook altijd in slingerende beweging. Gorontalo.

L. 70, br. 28—41,5 cM.

2050/6. Zadel, model, de schabrak uit twee matrassen bestaande van wit katoen met zwart geruite strepen. Het eigenlijke zadel overtrokken met geel katoen en met roode zijde, met twee cylindervormige kussens aan de eene en aan de andere zijde. De toom van witte en roode vezels gedraaid. Gorontalo.

L. 18,5, br. 7—13,5 cM.

776/20*). Dekkleedje (depoehoe lo wapidoe), het midden van rood en wit gebloemd katoen, omlijst door drie, resp. lichtgeel, donkerblauw en rood gekleurde strooken en een daarop volgende zeer breede strook oranje katoen. In iederen hoek een, met bestiksels en opnaaisels van gouddraad en lovertjes versierde driehoek van groene zijde, terwijl alle randen worden gevolgd door een breede strook zwarte wol, wier naar buiten gekeerde rand tandvormig is uitgeknipt, terwijl ook twee kronkelende biesjes van roode wol er op zijn bevestigd. Met wit katoen gevoerd. — Wordt op het lange zadel gelegd. Gorontalo.

L. 94,5, br. 85 cM.

.308/3- Prauw, van licht geel hout, met twee dubbele uitleggersf)metvorkvormige uitsteeksels. Hierbij gevoegd vijf modellen van pagaaien met min of meer breed blad en krukvormig handvat. Menado.

L. 47,5, br. 6,5, h. 6 cM.

308/2. Als voren, doch de stevens oploopend en van boven recht afgesneden, de bodem plat. In het midden een met palmbladreepen bedekte open hut. Met een mast, waaraan een zeil van wit katoen bevestigd is. Hierbij behoort een model van een harpoen, van palmhout, de punt met een unilateralen weerhaak, de schacht met zwart koord omwonden. Op den voorsteven een uitsteeksel van gehalveerde bamboelatten tusschen twee staken van palmhout, die in een vork bevestigd zijn. Zonder uitleggers. Menado (?).

L. 42,5, br. 10,5, h. 10,5 cM.

308/1. Als voren, doch de beide stevens met een hoog en spits uitloopend verlengstuk. Aan beide zijden twee houten uitleggers, die aan het eene uiteinde van onderen herhaaldelijk getand zijn. Op de uitstekende balken, waaraan de uitleggers bevestigd zijn, is een houten bankje gespijkerd. Mast en zeil als voren. Menado (?).

L. 59, br. 9,5, h. 7 cM.

308/4. Als voren, doch de stevens weinig oploopend, de uitleggers aan het eene uiteinde puntig, aan het andere schuin afgesneden. Op de verbindingsbalken vier vorkvormige uitsteeksels. Mast en zeil als voren. Menado IJ).

!* 55.5, br. 6,5, h- 13,7 cM.

1) van Hoêvell, I. A. f. E. XVII, 180 met pl. XI, fig. 3—4. — Meyer und Richter, Celebes, 39.

2) van Hoêvell-, I. A. f. E. XVII, 181 met pl. XI, fig. 5—6.

3) Schröder, Gor. Wdl. 169, s. v. „zadel".

4) van Hoêvell, I. A. f. E. XVH, 181 met pl. XI, fig. 7.

5) Sema (Graafland, De Minahassa, II, 404).

Sluiten