Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43/129. Koperen munt, van 1/4 stuiver1). Voorzijde: 1/4 st(uiver) en het Nederlandsche wapen. Achterzijde: Nederl.-Indie met het jaartal 1826. Dm. 2,1 cM.

43/130 & 136. Koperen munten*) van 1/2 cent. Voorzijde: het Nederlandsche wapen met het jaartal 1859 (136) en 1860 (130) en langs den rand: NederlandschIndie en 1/2 cent. Achterzijde: in het midden (Mal.): juS^ ys. 8m en langs

den rand (Jav.) MM^^-httmtsr^i^-riSitM^ (1/200 gulden). Dm. 1,7.

43/i3r- Koperen munt»), van een stuiver. Voorzijde: Java, r8oo. Achterzijde: 1 st(uiver). Dm. 2,6 cM.

66/41. Doos (pedoea lo ütinengd), rechthoekig, van lichtbruin hout, met inschuivend deksel, bevattende een goudweegschaal*). De beide schalen (titinenga) van schildpad, door zwarte draden en koperdraad bevestigd aan een balans van zwart hoorn. Hierbij gevoegd een kwastje (aako) van bokkenhaar, dat dient, om het aan de schaal hangen gebleven stofgoud te vegen in een driekantig bakje (toetoean) van hoorn; een magneetstaafje (goegasa), van Europeesch maaksel, gebruikt om het stofgoud te zuiveren; een stuk vuursteen (tatengella), om de fijnheid van grootere stukjes goud te beproeven; een klein doosje met prop (poeloli), om het gezuiverde stofgoud te bergen. Als gewichten dienen vier en een half koperstukken en zes vruchtpitten*). Gorontalo.

L. doos 20,7, br. 8,5, h. 4, dm. schalen 5 cM.

GROEP VIII.

Verkrijging van grondstoffen en hunne bewerking.

Inheemsche nijverheid6).

43/68. Touw (doemoeld), gevlochten van de vezels der bladscheede van de sehoof gemoeioe-pzha (Arenga saccharifera Labill.7). Gorontalo.

776/36. Monster erts, uit de mijnen van Soemalata, distr. Kwandang.

L. il,S, br. 8,6, d. 3,8 cM.

308/1408). Blok ijzerhout. Menado Q).

L. 23, br. 7, d. 6,5 cM.

43/70. Doosje (poeloli), van de uitgeholde vrucht van den Patoehoe-valm (Cicas Thonarsii), waarin de gouddelvers te Kwandang en Soemalata het gezuiverde stofgoudbergen. Met houten stop. Kwandang.

Dm. 3,7 cM.

1) Moquette, 1. c. L, p. 334 met pl. XII, fig. 285—286.

2) Vgl. Netscher en van der Chijs, o. c. p. 119 met pl. IX, fig. 86.

3) Moquette, L c. LX, pl. XXV, fig. 525—526.

4) Vgl. Loebèr, Been., hoorn- en schildpadbewerking, pl. UI, fig. 2. — Grubauer, p. 506— 507 met fig. 268.

5) Volgens Grubauer (o. c. 507) tombe genaamd.

6) Graafland, De Minahassa, I, 346—354, II, 77, 101. — Meyer und Richter, Celebes, I, 15—17, 41—43- — Riedel, T. I. T. L. Vh. XVILT, 549—551.

7) de Clercq, p. 172, n° 322.

8) Serie 308 don. J. Broers, 1882.

Sluiten