Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gele en bruine figuren; elkaar kruisende, gestileerde boomen, sterren, bloemen en slangen of rupsen. — Behoort tot de vrouwenkleeding bij feestelijke gelegenheden. Bolila, Gorontalo. Dm. 19 X ar, L steel 15,5 cM.

43/49. Waaier als voren (prijaboe), doch rond, geheel van boomschors, geklemd tusschen twee rotanlatjes; door plooien, die van het midden uitgaan, in vijftien gelijke sectoren verdeeld. De eene zijde ongekleurd, de andere met witte en roode ellebogen op gelen grond. — Behoort tot de kleeding eener bruid. Bolila, Gorontalo.

Dm. 18,5, 1. steel 23,5 cM.

43/5°:. Als voren> docn ovaal. Ook de platte steel met boomschors overtrokken. Beide zijden met bruine vlekken op witten grond. Ajerpanas, Gorontalo. Dm. 15 X 17, L steel 28 cM.

776/30. Als voren (oajaboe), doch rond, geheel overtrokken met rood flanel, behalve het midden, dat met oranje flanel overtrokken is. Ook de dikke, ronde steel met rood flanel overtrokken. Het ronde gedeelte met opgenaaide looverrjes en ster- en bloemvormige plaatjes van wit metaal versierd. Om den steel is netachtig zilvergalon in zigzaggangen gewonden. — Wordt door de bruidsmeisjes gebruikt, om eene aanzienlijke bruid te bewaaien. Gorontalo.

Dm. 13, geheele 1. 25 cM.

1108/317I). Pop, voorstellende eene vrouw (boki) van een districtshoofd: in het haar van achteren een kam, in de ooren met een diamant (?) ingelegde ringen. Om den hals verscheidene kettingen van veelkleurige kralen, waarvan twee, uit grootere kralen en zilverdraad bestaande, om den rechterschouder hangen. Baadje van lichtroode zijde met witte langsstrepen, de borstopening met zwarte kralen, de onderrand met zilverdraad, groene kralen en stukjes blik omboord. Onder het baadje een hemd van wit katoen. Om de polsen verscheidene ringen, van schelp, zilver, veelkleurige kralen en zilvergalon. Rok van lichtroode zijde met dwarsstrooken van rood flanel, omzoomd met een breede strook van dezelfde stof, versierd met opgenaaide loovertjes, die ruiten vormen met een vierpuntige, met een diamant (?) ingelegde, blikken ster als kern. Over den linkerschouder een slendang van roode, groen en geel gebloemde zijde. Gorontalo. H. 63 cM.

1108/316«). Districtshoofd (marsaoleh), in deftige kleeding: op het hoofd een tulband van wit katoen, met rand van zwart katoen, versierd met zilvere banden en afhangende stukjes blik. Aan de-achterzijde een zwarte vogelveder, waaraan een met diamanten (?) versierd, bladvormig stuk blik bevestigd is. Als nekbedekking een stuk zilver, met gedreven bladfiguren versierd, met afhangende ruitvormige stukjes blik. Baadje van lichtroode zijde met witte langsstrepen, met zilverdraad omzoomd en met zilveren knoopen. Daaronder een hemd van wit katoen. Gordel van groene zijde met bloemen van zilverdraad en ellipsvormige gesp van gedreven zilver, waarin van voren een kris steekt van Zuid-Celebes-Xypt, de scheede geheel met gedreven zilver overtrokken, met vooruitstekenden schoen, de greep rechthoekig op het lemmet staande, in den vorm van een hondenpenis. Broek van paars fluweel met lange pijpen. Gorontalo.

H. 67 cM.

1108/301»). Tomboeloesche bruidegom4), in geheel Europeesche kleeding: cylinderhoed, rok en broek van zwart laken, wit vest, witte das en schoenen van zwart leder. Menado.

H. 69 cM.

1) Cat. Tent. Poppen Batavia, p. 77, n° 17. — Cat. Tent. Poppen Den Haag, 30.

2) Cat. Tent. Poppen Batavia, p. 77, n° 16. — Cat. Tent. Poppen Den Haag, 30.

3) Cat. Tent. Poppen Batavia, p. 76, n° 1. — Cat. Tent. Poppen Den Haag, 30.

4) Kaudern, I, 183, bild 64.

Sluiten