Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1108/1021). Tomboeloesche bruid»), achter op het hoofd een krans van witte kunstbloemen, in de ooren met een diamant (?) versierde ringen. Kabaja van wit neteldoek, met loovertjes versierd. In de rechterhand een kanten zakdoek. Geplooide rok van wit katoen, met loovertjes versierd, opgehouden door een gordel van zilvergalon met een ovalen zilveren gesp. Witte schoenen en kousen. Menado.

H. 64 cM.

II. Staatsiewapens.

14C6/141. Staatsielans (toengkoedon*), de punt ovaal, spits, met middenrug aan weerszi den, onderaan in een ruitvormigen steel overgaand. Schacht van bruin hout, onderaan cylindervormig, overigens achthoekig in doorsnede met verschillende dikte; het boveneinde tulpvormig verdikt en daarop twee geelkoperen ringen met snoerornament; de achthoekige gedeelten met ingesneden rondgaande groeven of rijen driehoekige en zigzagvormige figuren; daartusschen rotannngen, touwomwikkeling en op twee plaatsen kransen van zwarte katoenen draden. Op een derde van het ondereinde eene omwikkeling van aangeregen zwart en bruin geitenhaar. Nabij het ondereinde eene tulpvormige verbreeding, gevolgd door een plat-bolvormige klok van gee koper met twee steentjes als rammelaars en gesteund door een afgeknotten kegel met rondgaande scherpe randen van koper, die door een boombasttouwtje wordt vastgehouden. Het ondereinde der schacht puntig. Kotabangoen, Bolaang Mongondou.

L. punt 43, br. 2,5, 1. schacht 212, dm. 2,5 cM.

III. Staatsievaartuigen.

20«;o''? Staatsieprauw, waarmede de vroegere radja's van Gorontalo en Limbotto elkaar bezoeken brachten. Twee exemplaren (modellen), van lichtgeel hout met snebvormig oploopende stevens, onderling verbonden door een rechthoekig hekwerk van bamboelattenr waarvan de onderste helft met ruitvormig vlechtwerk h jour. Hierbij behooren zes houten pagaaien met halvemaanvormig uitloopend handvat en puntig uidoopend blad. Gorontalo.

h. 61, br. 13, h. 10,5, 1. hekwerk 39, br. 18, h. 18 cM. Zie plaat IV, fig. 2.

370/2048*) Alarmklok (tongtong), van bamboe, met eene rechthoekige spleet aan dé eene zijde en een uitsteeksel aan de andere zijde. Hierbij behoort een cylindervormige stok van geel hout. Menado.

L. 55, dm. 12, 1. stok 31, dm. 2,6 cm.

1) Cat. Tent. Poppen Batavia, p. 76, n° 2. — Cat. Tent. Poppen Den Haag, 30.

2) Riedel in /. A. f. E. VIII, 91 met pl. X, fig. 1.

3) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 28, n° 4 met pl. VII, fig. 3 e» 3»-

4) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, I3e kl. n° 117.

Sluiten