Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

776/24. Strijkstok (hihidoe alababoe), van een viool; van lichtbruin hout en met paardenhaar bespannen; licht gebogen, het eene einde vogelbekvormig, het andere schijfvormig. Gorontalo.

L. 37,5, dm. 2 cM.

1926/3. Gitaar (gamboes), van bruin hout, de hals van boven halfcirkelvormig omgebogen, verbreed en convex uitloopend, met twee stemschroeven, de zijkant met bladranken en reliëf versierd. In het ondereinde eene ronde, gedeeltelijk met glas bedekte opening. De klankkast eenigszins peervormig, met dierenhuid overtrokken, die met geelkoperen spijkers bevestigd is. Toli-toli.

L. 97, br. 20 cM.

1926/6. Fluit1), met twee groepen van drie galmgaten, de blaasopening niet omwoeld, het ondereinde als bij n° 776/40. Toli-toli. L. 77, dm. 2,1 cM.

1926/5. Als voren, de blaasopening met een rotanring omwonden, die door een gedraaid vezelsnoer met de fluit verbonden is. Toli-toli. L. 84,5, br. 3 cM.

776/32. Muziekinstrument (polopalo), bestaande uit twee rieten plankjes, wier eene einde schuin is afgesneden, terwijl het andere afgerond is en als handvat dient. Tegen de beide zijden is een reep riet, even lang als het plankje, met een der einden bevestigd, waarmede bij het schudden van het instrument het geluid wordt voortgebracht, dat met den klank van castagnetten overeenkomt. Het eene aan weerszijden met dunne groene zijde bekleed, waarin bloemen van gouddraad zijn geweven, terwijl het handvat met paars geruite, met gouddraad gebloemde zijde is omwoeld. Het tweede aan de eene zijde met gele, aan de andere met paarse zijde bekleed en aan beide zijden met guirlandes van gouddraad en loovertjes versierd, terwijl het handvat met roode zijde is omkleed en met netachtig zilvergalon in zigzaggangen is omwoeld. — Wordt door aanzienlijke bruiden in de hand gehouden, als zij op den trouwdag voor de gasten dansen. Gorontalo.

L. 44 en 44,8, br. 3,5 en 4 cM.

2. Dansattributen.

43/100. Versiersel (widoe*), door de dansmeiden op het achterhoofd gedragen, bestaande uit een stuk palmblad, welks uitsteeksels eenigszins vischstaartvormig zijn uitgesneden, langs den omtrek met rood garen doornaaid en met stukjes verguld of ongekleurd mica versierd. Aan de benedenhoeken hangen aan weerskanten drie lange snoeren van vruchtzaden (?) en kralen. In het midden van den onderrand steken twee houten pennen, om het versiersel in het haar te bevestigen. Bovenop een waaiervormig uitsteeksel van 5 met rood of oranje katoen bekleede en met mica versierde latjes en daartusschen bladkrulvormig a jour uitgeknipte Europeesche speelkaarten. Parigi.

H. 37, br. 20 cM.

776/12). Als voren (beloe-beloe3), doch in den vorm van een Grieksch kruis zonder stam; van hout vervaardigd, met wit en rood papier omkleed en met, aan lange stelen bevestigde bosjes witte vederen en bosjes kunstbloemen van rood en groen papier aan de uiteinden en in de hoeken der armen versierd. De voor- en achterzijde van het kruis met daarop vastgeplakte roode en groene kunstbloemen versierd. De einden van den kruisbalk zijn door eene guirlande van veelkleurige kralen met

1) Kaudern, o. c. I, 97.

2) Vgl. von Rosenberg, Reistogten, pl. II. De toidoe, waarvan Dr. Adriani en Kruyt (De Bar?e-sfrettende Toradja's, register, s. v.) spreken, schijnt iets anders te zijn (vgl. de afbeelding onderaan links van de plaat „hoofdstuk lijkbezorging").

3) Vgl. von Rosenberg, 1. c. — Idem, Der Malayiscke Archifel, 233 afb. (afwijkend).

Sluiten