Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander verbonden; aan beide einden twee lange, afhangende kralensnoeren bevestigd. Het versiersel wordt door middel van twee aangepunte rietstaafjes in het haar bevestigd. — Dit hoofdtooisel is afkomstig uit den tijd, toen de Spanjaarden (orang kastela) te Ternate en Tidbre gezag uitoefenden. Gorontalo erkende langen tijd de suprematie van Ternate. Gorontalo.

H. 21, br. 30,5 cM. Zie plaat VIII, fig. 2.

776/133—e. Voll edig kostu um eener publieke danseres1), bestaande uit:

a. Kort baadje (boö1), van oranje katoen, met lange mouwen, de rand der beide voorpanden met een strook wit katoen gevoerd. L. 38,5, br. van het einde der eene mouw tot dat der andere 154,5 cM.

b. Breede kraag (apela), van rood flanel, aan beide einden en in het midden van den onderkant puntig uitloopend. De bovenzijde met netachtig gewerkt zilvergalon omboord en versierd met smallere, elkander kruisende strepen galon, waardoor ruiten worden omsloten; in ieder dier ruiten zijn 4—10 zilveren loovertjes bevestigd. De onderzijde met wit katoen gevoerd. Br. van het eene einde tot de punt in het midden van den onderkant 44,5; grootste br. overdwars 54, br. aan de einden en in het midden 30 cM.

c. Manchetten (koetoeboe), een paar, rechthoekig, wat stof en versiering betreft geheel met den kraag overeenkomend. L. 17, br. 7 cM.

d. Schortje (tijao), uit twee banen netachtig geweven en geruit katoen samengenaaid, de eene zwart en met ingeweven figuren van gouddraad in den vorm van een liggende %, alsmede met een dwarsstreep van gouddraad nabij het boven- en ondereinde; de andere baan rood, met vele zilveren reepjes overdwars doorweven; beide banen met netachtig zilvergalon omboord en het geheel aan een oranje gordelband bevestigd. L. 54,5, br. der banen 56 cM.

e. Rok (bide), van oranje katoen, met eene schuif langs den bovenrand, waardoor een katoenen gordelband is getrokken. Langs den onderrand en driemaal aan de benedenhelft met eene strook rood flanel omboord, waarop een reep opengewerkt zilvergalon is bevestigd, in den vorm van twee kronkelende strepen, die elkander met de kronkels raken, terwijl de tusschenruimten met netwerk zijn gevuld. L. 100, dm. aan den onderrand 84 cM.

De radja's en thans de aanzienlijkste hoofden hebben nog stellen van vier danseressen (padjongge*), tevens hetaeren, die worden verhuurd. Het zijn gewoonlijk afstammelingen van vroegere slaven, die nog op deze wijze geëxploiteerd worden. Gedurende het dansen wordt een waaier in de hand gehouden. Gorontalo.

43/62. Gordelplaat (etango), van geelkoper, rechthoekig, met convexe smalle en concave lange zijden; de randen met schuine groeven, in het midden eenreliefroset; aan de achterzijde een tweede, kleinere plaat met twee gaten. — Behoort tot het kostuum der dansmeiden. Gorontalo.

L. 9,5, br. 5 cM.

43/63- Vingerring (oalimo*), van geelkoper, versierd met den kop van een Atlaskever (Geotrupes atlas). — Behoort tot het toilet eener dansmeid. Gorontalo. Dm. 2,1 c.M.

43/111. Versiersel (loeoboe), van geelkoper, een vingernagel voorstellend, het boveneinde cylindervormig, het ondereinde tongvormig. Twee exemplaren. — Wordt door de dansmeiden aan den top van den pink onder het dansen gedragen. Gorontalo.

L. 6,4 en 7,7, dm. boveneinde 1,3 cM.

1) von Rosenberg, Reistogten, 1. c. (afwijkend). — Idem, Der Malayische Archipel, 233 afb. (afwijkend).

2) Schröder, Gor. Wdl. 24, s. v. „baadje."

3) O. c. 73, s. v. „dansmeid".

4) Schröder, Gor. Wdl. 145, s. v. ring: hoealimi.

Sluiten