Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenzijde en de uitstaande, ronde voet diagonaal, de binnenzijde volgens de open drierichtingsmethode. Om den boven- en onderrand een dubbele hoepel. — Om ketel, gendi, enz. in te plaatsen. Sangir. Dm. 24,5, h. 19 cM.

1926/588x). Mand, zeshoekig, met overschuivend deksel, van tamiang3)-ba.mboereepen gevlochten, de bodem en het deksel volgens het open drierichtingssysteem en versterkt door schuine ^^a«^8)-palmbladreepen, de wanden rondgaand over paren opstaande reepen. Binnenin een tweede mandje van denzelfden vorm, doch kleinere afmetingen. — Ter bewaring van eetwaren. Sangir.

Dm. 22 X z3, h. 13 cM.

1350/1*). Wrijfschotel, van roodbruin hout, uit één stuk, afgeknot kegelvormig met conische uitholling; de steel in doorsnede rechthoekig, naar het einde afgerond, dikker en met naar beneden omgebogen punt, met dwarsgroeven op het bovenvlak. Talaoet.

Dm. 9—12, h. 9,5, 1. steel 13 cM.

130/15). Beteldoos (kawila ino pinona6), zeshoekig, het geraamte van gaba-gabastokjes (uit den bladsteel van den sagopalm), het vlechtwerk van nipah (Nipa fruti<w«)-bladreepen. De buitenzijde der zes vlakken versierd met veelkleurige kralen in een patroon van ruiten, maeanders, sterren en co-vormige figuren. De binnenzijde met wit katoen bekleed. De randen met roode bladreepen overtrokken. De buitenrand van het inspringende voetstuk met mica versierd, evenals die van het inschuivende, van boven uitgeholde deksel. Sangir.

L. 23,5, br. 20, h. 14 cM.

130/2. Sigarenkoker (ino pinona7), van ongekleurde en zwartenipak-b\adreepen in ruitpatroon gevlochten. De buitenzijde met rood katoen bekleed en versierd met mica, dat van JSanggai (O. Celebes) ingevoerd wordt, en met schuine rijen kleine veelkleurige kralen, die een netwerk vormen. Flat en rechthoekig met afgeronde hoeken, met bijna geheel inschuivend deksel, dat van boven ook met kralen versierd en overigens met rood katoen overtrokken is. Sangir.

L. 15, br. 8,5 cM.

GROEP II.

Kleeding en sieraden8).

425/1. Armring8),van een schelp (Cypraea sp.ï) gesneden, zeer smal. Sangir. Dm. 6X7 cM.

1) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 142, n° 6522.

2) Bambusa Wrayi Staff. (de Clercq, p. 180, n° 413).

3) Corypha Gebanga Bl. (o. c. p. 210, n° 887).

4) Serie 1350 aankoop April 1902.

5) Serie 130 don. C. B. h. baron von Rosenberg, Oct. 1871.

6) Kawila = doos, ino = kraal, pinona = naaisel. — van Dinter, T. I. T. L. Vh. XLI, 361.

7) Vgl. Cat. Bat. Gen. p. 174, n° 2902.

8) Meyer und Richter, Celebes, I, 129. — Cat. Bat. Gen. Suppl. I, 141. — van Dinter, (T. I. T. L. Vh. XLI), 361—363. — Ind. Mag. i<= twaalftal, n° 7—9, p. 19 en 27 en II (1844) p. 381. — Ebbinge Wubben, T. A. G. VI, 208. — Frieswijk, T. B. B. XXII, 480—481.

9) Vgl. Meyer und Richter, o. c. n° 546. — Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 141, n° 6506—6508 en 6511. — van Dinter, o. c. 363.

Sluiten