Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vestigd. De zijwanden en de bovenkant van het deksel belegd met mica en daarop een netwerk van kralen: de grond wit, blauwe randen en verder aaneensluitende ruiten van roode en blauwe kralen met een klein, groen ruitje op de aansluitingspunten en een ruitvormige, paarse kern. Sangir. L. 15, br. n,S, h. 7 cM.

GROEP rv.

Jacht en vischvangst1).

130/11. Lans (sinambean), de ijzeren punt met bilateralen weerhaak en langen, cylindervormigen steel, die plat en trapeziumvormig uitloopt en steekt in een schacht van niboeng (Cariota urens8)-hout, die van onderen met vier diagonaal gevlochten rotanbanden en eenige, naast elkander liggende rotanreepen omwonden is. De punt door omwinding met touw aan de schacht bevestigd. — Dienende voor jacht en strijd. De ijzeren punt is door een inlandschen smid vervaardigd. Sangir.

L. punt 20,3, br. 3,3, 1. schacht 170,5, dm. 2 cM.

66/39. Stuk grof geweven koffo, tot het maken van vischnetten*) dienende. Siauw.

L. 1028, br. 66 cM.

612/2 4). Mat, geweven van wilde pisang-vezels (Manil/a-heanev)). Het weefsel zeer los en daardoor groote' vierkante mazen vertoonend. — Dit weefsel wordt door de inlanders als visdizak in hunne sero's6) gebruikt. Gekocht in de kampong Beo, Salibaboe, Talaut.

L. 1450, br. 64 cM.

GROEP VI.

Middelen van vervoer*).

82/10. Prauwzeil, model, van lontarblad vervaardigd en aan twee raas bevestigd. Op vier plaatsen met rotan doorregen en de boven- en onderrand met boomschors omboord. Taboekang, Sangir.

H. 25, br. 42 cM.

82/9. Prauw, model, met twee uitleggers en zeer lange, spits uitloopende snebbe. Taboekang. Sangir.

1) Ind. Mag. i« twaalftal, n« 7—9, p. 21—22. — van Dinter (T. I. T. L. Vk. XLI), 353— 356. — T. Binnenl. Best. XXLT. (1902), p. 477. — Jellesma, Not. Bat. Gen. XXXI, p.CXXVII —CXXLX.

2) Volgens de Clercq, p. 292, n° 2487: Oncosperma filamentosum BI.

3) Frieswijk (1. c. 477) noemt als soorten van netten, die op Tagoetandang gebruikt worden, de torna (treknet), de kinsage en dalombo (werpnet) en een sleepnet van grove kaffo (1. koffo). — Van Dinter (1. c. 353) onderscheidt een sotna bïnang van een soma tagoho (sleepnet), een sïke (treknet) en een dalombo (werpnet). — Jellesma vermeldt nog (1. c.) een schepnet (sasile).

4) N. St. Crt. v. 18/19 Sept. 1887, n» 224.

5) van Dinter, 1. c. 354.

6) Ind. Mag. i' twaalftal, n° 7—9, p. 23 en 28. — van dinter, 1. c. 356. — Frieswijk, L c. 478.

Sluiten