Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1591/11). Weefsel, als voren, doch van roode en ongekleurde vezels in een patroon van over vier banen verdeelde ruiten, gevuld met haak- en maeandervormige en x-vormige figuren. De vier banen begrensd en gescheiden door rijen Andreaskruisen. Sangir.

L. 163, br. 63 cM.

1591/2. Als voren, doch de eene helft rood en ongekleurd met blad-en kruisvormig patroon, de andere helft rood, blauw en ongekleurd met blokjes, blad- en kruisvormige en trapvormige figuren in dwarse reeksen. Sangir.

L. 143, br. 66,5 cM.

130/16. Geweven stof (fagako%), van koffo-vezels, ajour met vierkante mazen.— Wordt slechts tot het maken van vischnetten gebezigd. Sangir. L. 256, br. 134 cM.

130/9. Als voren (pilé aroess), doch van fijn geweven stof, in een patroon van kruisen binnen ruiten, gevormd door lichtere vezels op geelbruinen grond. Sangir. L. 156, br. 136 cM.

130/7. Als voren (holé pilé*), doch het patroon bestaat uit Andreaskruisen in ruiten en verder haak- en maeandervormige figuren. Sangir. L. 166, br. 130 cM.

130/6. Als voren, (hoti aroes), doch van fijn, gaasachtig weefsel, zonder patroon. Sangir.

L. 332, br. 70 cM.

130/8. Als voren (pilé mararou*), als voren, doch minder fijn en met een onduidelijk patroon van elkaar onder rechte hoeken kruisende lijnen. Sangir. L. 172, br. 126 cM.

130/4. Als voren (balt), uit kofoéaAea (van den bast der Musa acuminata) geweven, met enkele breede en groepen smallere witte strepen op geelbruinen grond. — Deze draden worden verkregen door den bast tusschen een houten blok en een, daarop rustend mes of scherpkantig gesneden stuk hout door te halen. De zoo verkregen draden worden vervolgens goed uitgewasschen en in de zon gedroogd. Sangir.

L. 190, br. 64 cM.

130/5. Als voren (hotê lako6), doch van wit en lichtbruin geruit weefsel. Sangir. L. 316, br. 64 cM.

360/7005. Stuk gestreepte stof van kokosbast. Sangirfjl). L. 148, br. 68 cM.

360/7004. Als voren, doch van pisang-bast, met een patroon van driehoeken, haakvormige figuren en maeanders, gevormd door lichtere vezels op bruinen grond. Sangir.

L. 70, br. 63,5 cM.

1334/1"). Weefsel, van koffo-vezels8), rechthoekig, vuil wit. Met blauw en rood

1) Serie 1591 annkoop April 1907*

2) van Dinter, T. I. T. L. Vk. XLI, 353—354.

3) Pilé — bloem, aroes = fijn. Volgens Jasper (Weefkunst, 295) beteekent pilé: patroon.

4) Hoté = koffo, pilé=. gebloemd. Volgens Jasper (o. c. 10) beteekent hoté: koffo. Vgl. van Dinter (T. I. T. L. Vk. XLI), 340 en 362.

5) Mararou = ijl.

6) Hotér= draad, lako = kleed.

7) Serie 1334 aankoop Nov. 1901.

8) van Dinter in T. I. T. L. Vk. XLI, 356.

Sluiten