Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het oogenblik dat de resolutie, waarbij Halewijn, Dijkvelt en Boreel tot eene onderhandeling met Karei II werden gemachtigd, te Londen bekend werd, was men daar doende een buitengewoon gezant naar Lodewijk XIV af te vaardigen tot het afleggen van een compliment wegens de geboorte van den hertog van Anjou en tot gelukwensch met de door de Fransche wapenen behaalde successen. De instructie van den gezant, Lord Halifax, wordt nu als volgt vastgesteld (24 Juni):

Hij moet den Koning verzekeren dat Engeland niet van afzonderlijken vrede hooren wil; zijn weg nemen over Brugge, om te kunnen onderzoeken of Zeeland niet geneigd is, zich onder de bescherming van Engeland te stellen? „When you shallfind a proper time, you shall mind the Most Christian King of the article in our treaty referring to a further concert the agreeing some things in favour of our nephew, the Prince of Orange, telling how proper the time is for it now by the happy progress of our affairs" *).

Na Halifax' vertrek wordt te Londen een verzoek van Lodewijk XIV ontvangen, dat Godolphin 2) met volmacht moge worden voorzien, te sluiten. De Koning zendt die volmacht niet aan G-odolphin, doch committeert Buckingham en Arlington: „we tbirik", luidt het in hunne instructie s), „the affaire of so much importance, that we thought it proper to send you, of our most inmost councils". Zij zullen, onder meer, moeten bedingen „the best conditions you can for our nephew the Prince of Orange, by making him Prince (if possible) of Hólland, and as much of the other countrys as you can, or at least that he and the

die verder gaan. De Groot keert terug, om nieuwen last. Hij ia 1 Juli in den Haag, doch daar valt geen besluit; 4 Juli wordt de Prins tot stadhouder aangesteld en tevens verzocht te adviseeren omtrent den vredehandel met Frankrijk. De Prins verklaart de Fransche eischen voor onaannemelijk (5 Juli), waarop Holland 6 Juli besluit, de Groot op matiging te doeD aandringen. Eer de Staten-Generaal zich met dit besluit vereenigd hebben, 8 Juli bij Holland nieuw besluit: de onderhandeling af te breken. (Zie over dit alles Wagenaar XIV, 42; Hop en Vivien, bil. 127—'39; Wagenaar XIV, 98 w.; Hop en Vivien 157 w., 184, 187, 202).

Halewijn en Dijkvelt krijgen geen gehoor bij Karei II, doch berichten 30 Juni dat Buckingham en Arlington zullen overkomen, en welke eischen men to wachten heeft: o.a. Sluis, Vlissingen en den Briel in pandschap en erfstadhouderschap van den Prins ; 3 Juli is deze brief in den Haag bekend (Hop en Vivien, bl. 165—'67).

1) Calendar 1672, p. 226.

2) Hiervóór, bl. XX.

3) N°. 63 hierachter.

Sluiten