Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heires males of his body be for ever stadtholders, generals and admirals".

Met Buckingham vertrekken Williamson, Seymour, Dijkvelt1). Het gezelschap is 4 Juli in den Haag, waar zich van Beuningen bij hen voegt 2), terwijl van Statenzijde, behalve deze laatste, ook nog van Beverningk en Grockinga gecommitteerd worden om den Prins in zijne besprekingen met de Engelsche gezanten bij te staan. Den 5den begeeft men zich naar diens kwartier op weg; de Engelschen met het onmiddellijk door van Beuningen geraden 3) voornemen, den Prins over te halen, de vloot en eenige steden uit te leveren *). Eerst zijn Buckingham en Arlington met den Prins alleen, die slechts over een afzonderlijken vrede met Engeland . verkiest te spreken; de voorwaarden van Frankrijk,zijn zoodanig, dat men liever duizend dooden sterven moet dan er zich aan te onderwerpen. De Prins blijkt ongezind, de Staten tot het inruimen van pandsteden aan Engeland te adviseeren. Ten aanzien der souvereiniteit antwoordt hij: „he liked better the condition of stadtholder, an hee beleived himself obliged in conscience not to prefer his interest before his obligation," Daarna worden van Beuningen en van Beverningk binnengeroepen; maar eerst hebben de Engelschen verzocht en verkregen, dat de Prins hun van de souvereiniteit niet spreken zal; zij vermoeden blijkbaar in deze regenten nog felle tegenstanders van 's Prinsen verheffing tot de vorstelijke waardigheid. De regenten geven te kennen, dat men geen pandsteden aan Engeland afstaan zal, en dat ook Frankrijk's eischen onaannemelijk zijn; een tweede conferentie met hen, 6 Juli des ochtends, leidt tot geen ander resultaat. Intusschen hebben de Engelschen, „together and apart", voortdurend getracht den Prins tot hun inzichten over te halen, doch zonder eenig gevolg; „wee found all the young men about him of a contrary mind, and whither wee would or not wee heard them wishing there were a dozen of the States hanged soe the country had peace, and the Prince were soveraigne of it." De Prins oppert het denkbeeld dat hij iemand van zijnentwege naar

1) Die daarom verzocht had (Cal. 1672, p. 258). — Ten onrechte onderstelt Fruin (IV, 354) dat ook Sylvius van de partij was; deze was reeds 25 Juni, met Halifax, vertrokken {Cal. 1672, p. 684).

2) Hierachter, bl. 146; vgL Hop en Vivien, 180—181.

3) Hop en Vivien 180.

4) Hierachter bl. 149.

Sluiten