Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

De Mirabeau zat te schrijven in zijn statig gemeubelde werkkamer, het ruimste vertrek van het huis aan den Chaussée d'Antin, dat hij sinds eenigen tijd bewoonde. Op de schrijftafel van donker gevlamd wortelhout brandden twee kaarsen; verder was de kamer donker met diepe schaduwen tusschen de meubels en in de plooien der damasten gordijnen.

Om hem heen rustte het huis in den nacht, alleen de voorjaarswind zong om het dak en droeg bijwijlen geruchten over van de verre stad.

De Mirabeau werkte ingespannen: zijn hand schreef de zinnen bij schokken neer, telkens poosde hij, schrapte, verbeterde, schreef dan weer haastig voort. Niet zoo licht vloeide het woord hem uit de pen als van de lippen; vooral wanneer hij geen fond had om op voort

Jet-Lie n. 1

Sluiten