Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond cn poogde haar in het gezicht te zien. Ontroerd hield zij hare oogen naar hem toe, vond geen woord of gebaar om hem te doen zwijgen.

„Als u heengaat," stootte hij uit, „voor altijd heengaat, dan ben ik voorgoed verloren. II alleen kunt mij behouden, u bent mijn hoop, mijn kracht, mijn leven zelf. Neen, zeg niets, laat mij éénmaal uitspreken, laat mij éénmaal zeggen wat u van mij gemaakt heeft, wat u in mij heeft wakker geroepen. Laat mij het zóó zeggen, oog in oog, uw hand in de mijne. Ik ben een wellusteling geweest, een wild beest, als u wilt; bij u, door u, ben ik een onschuldige jongen. Al wat leelijk is geweest in mijn leven, is van mij afgevallen of ik 't nooit gekend had. In uw bijzijn vind ik een geluk, dat ik nooit bezeten heb. 't Is misschien niet anders of niet grooter dan, het geluk, dat de eerste de beste burgerjongen kent, die voor 't eerst verliefd is, maar voor mij is het bijzonder, is het groot, 't Is mijn jeugd, de jeugd, die ik nooit gekend heb; want mijn eerste verliefdheid riep dadelijk het wilde beest in mij wakker.

Sluiten