Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegekeerd, heel zijn lichaam schokkend als na een zenuwoverspanning. -v/f|ï!

Henriëtte Amélie wischte hare tranen af en, met 't kanten zakdoekje nog in de hand, liep zij naar hem toe, legde haar vingers op zijn arm.

„Als u wist, hoeveel leed 't mij doet, dat ik zoo weinig terug kan geven voor alles wat u mij schenkt,' 'zeide zij schuchter. En met een snik: „ waarom kan u mijn vriendschap niet genoeg zijn?"

„Is dat mijn schuld?" kwam de Mirabeau somber.

„Ik zou zoo gaarne iets voor u doen. Maar ik weet niets. En zoo zal ik mijn vriend verliezen."

„U zoudt immers toch heengaan," stootte de Mirabeau uit.

„Dat zou ik niet. Geloof me toch. Hier... lees den brief. Ik zou niet willen blijven in Holland; Parijs is mij lief geworden ..." zij poosde even, eindigde toen zacht: „vooral de vrienden daar."

„Dus...?" hij keek haar in spanning aan. „Nu weet ik niet meer, of ik wel terug kan komen," sprak zij zacht. „God!"

Sluiten