Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Mirabeau sloeg zich voor het voorhoofd.

„Dus ik zou u verjagen? Neen, dat duld ik niet. Dat wil ik niet! Ik zal sterk zijn, ik wil tevreden zijn met uw vriendschap, nimmer zal ik dat andere meer noemen. Maar kom dan terug!" smeekte hij, de handen gevouwen als in gebed. „Vertrouw mij! Vertrouw mij!"

In Henriëtte's oogen lichtte een zonnige glans.

„Ik vertrouw u," sprak zij zacht. „Omdat ik weet, dat u sterk zijt, dat u elke zwakheid kunt overwinnen door uw wil!"

Zij poosde een oogenblik, sprak toen ernstig, plechtig bijna voort:

„Daarom verzoek ik u, mijn geleider te willen zijn op de reis naar Holland."

De Mfe-abeati's oogen sperden open in bijna ontstelde verbazing.

„Meent u dat? Is 't u ernst?" vroeg hij ongeloovig.

Zij glimlachte hem toe.

Hij greep haar hand, boog er zich overheen, fluisterde: „dank! dank!"

Zij voelde een traan op hare vingers branden.

Sluiten