Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had de wereld gelijk, was het al illusie, gevolg van haar eigen onbekendheid met de wereld.

Aldus zou het worden tusschen haar en de Mirabeau zoo als zij het gezien had op den dag toen de Abdis haar bij zich riep : een vriendschap die zich uitleefde in brieven en een schaarsch bezoek achter spreektralies. En de herinnering aan vele kostelijke uren, in enkele maanden saamgedrongen.

Doch de Mirabeau zou het nog niet weten: de vreugd van de reis zou hem er niet door bedorven worden.

Het was een stralende Meimorgen toen de reiskoets de poort van Parijs uitreed.

Henriëtte Amélie voelde zich vroolijk als een kind, dat met vacantie uitgaat; onder den breedgeranden stroohoed met de wuivende bos struisveeren straalden hare oogen jong en warm, om haar mond lag een glimlach, die, den gewonen ernstig-vastberaden trek voor 't oogenblik uitwisschend, haar gelaat kinderlijk-jong deed schijnen. Zij sprak opgewekt, vroeg aan de Mirabeau verklaring van al wat haar onbekend was onderweg en sprak vriendelijk met

Sluiten