Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl de reis voortging, een rit door lentebloeiende streken, waarbij de tijd terug scheen te gaan omdat in de iets noordelijker landouwen het voorjaar nog minder ver gevorderd was, voelde de Mirabeau meer en meer hoe hij niet langer in vriendschap met Henriëtte Amélie kon blijven verkeeren.

Hij zou moeten aflaten, haar te ontmoeten. En bij andere vrouwen afleiding zoeken, bevrediging voor de kwellende begeerten van zijn zinnen. Want — besefte hij — los van Henriëtte Amélie zou hij weerloos zijn tegenover elke verleiding, een duizelende aan den rand van een afgrond.

Henriëtte Amélie merkte zijn zwijgzaamheid op, zag zijn vale bleekheid en bespeurde een trek van lijden om zijn mond en een droefheid in zijne oogen, die haar hart pijn deden. Zij begreep, dat hij toch niet gansch had overwonnen.

Toen zij in Brussel voor korten tijd afscheid van hem nam — hij had in die stad enkele besprekingen te houden en zij zou bij oude vrienden van haar vader een nacht overblijven

Sluiten