Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ontmoeting met haar neef, deftig-stijven edelman, die haar hoffelijk maar tevens met hartelijkheid begroette, wekte warme ontroering in Henriëtte Amélie; met hem haalde zij herinneringen op aan zijn vader en vond er genoegen in, zich in te spannen om Hollandsen te spreken, ofschoon de van Harens zich even gemakkelijk in 't Fransch als in 't Hollandsch uitdrukten.

Op de behuizing te Sint Anna aangekomen, liet Henriëtte zich aanstonds naar de zieke brengen.

Mevrouw van Haren rustte in een groot ledikant van zwaar mahoniehout, donker ontplooid door groen saaien gordijnen; haar mager gezicht, geelbleek onder de blanke muts, leefde op toen Henriëtte binnenkwam; zij strekte de armen uit, welkomde met hooge oudevrouwenstem : ; v;

„Kind! dat is lief van je!"

Henriëtte liet zich omvangen door de magere armen en kuste de zieke met teederheid.

En in het Fransch sprak zij hartelijke woorden, vroeg hoe het de zieke - ging, betuigde,

Jet-Lie. II. 4

Sluiten