Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte liet zich bedienen met het behagelijke gevoel een welkome gast te zijn.

Dien avond, toen zij opnieuw alleen zat bij hare tante, vroeg de zieke op meewarigen toon:

„Kind, heb je 't goed daar in Parijs ? zoo alleen ?"

En Henriëtte antwoordde zacht: „Ja tante, men is lief voor mij... in het klooster. En overigens ook... ik heb enkele vrienden."

Zij voelde zich blozen onder haar tantes onderzoekenden blik.

Doch om haar mond bleef een glimlach en hare oogen wendde zij niet af.

„Een vriend, die toevallig ook de reis naar Holland moest maken, bood mij met Thérèse een plaats in zijn koets," vertelde zij rustig.

Doch toen haar tante den naam vroeg van dien vriend, noemde zij hem Monsieur Matthieu, den naam, dien de Mirabeau op zijne reizen vaak aannam.

„Is die vriend jong of oud ?" informeerde Mevrouw van Haren nog.

En toen Henriëtte antwoordde: „veel ouder dan

Sluiten