Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn lippen op haar voorhoofd, zacht en eerbiedig, als beroerde hij iets heiligs.

„Dank! dank!" fluisterde hij in overstelpend geluk.

Henriëtte was hem dankbaar voor de kuischheid van zijn kus.

Naast hem op de sofa gezeten, zijn hand in de hare, sprak zij hem eerlijk van haar tweestrijd, gevolg daarvan, dat zij hem niet zóó liefhad als zij zich droomde, den man lief te zullen hebben aan wien zij zich gaf.

„Maar mogelijk is die droom niet meer dan een onvervulbare illusie. En mijn hart is zóó zeer aan u gehecht geraakt, dat ik mij durf geven."

„Nooit zult u er berouw van hebben. Nu zal de Mirabeau toonen wat hij waard is. En wat hij is, dat dankt hij u. Mijn liefde, mijn heilige!" prees hij in vervoering. Toen, zijn stem verzachtend tot innig-teedere fluistering, sprak hij haar naam: „Henriëtte Amélie... Jet-Lie... zoo noemde ik u in gedachte. En zoo mag ik u nu hardop noemen nietwaar ?"

Sluiten