Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eeuwen heen. Toch was het gevoel, dat hem aan Henriëtte bond wezenlijk nieuw, en borg het meer wat blijvend zou zijn, dan één zijner vroegere liefden.

Woordkarig, zwijgend ten laatste, zaten zij tegenover elkander als was hun innerlijk te vol voor woorden.

Eindelijk rees de Mirabeau op en zich over haar heenbuigend, fluisterde hij: „Jet-Lie, liefste, mag ik je naar je kamer brengen? Kom, mijn zoete geliefde ... alles slaapt, alleen wij beiden waken. Kom!"

Zijn stem klonk week en innig en zoetlokkend.

Henriëtte rees gewillig op, liet zich aan zijn hand meevoeren de gang en de trap op. Om hen heen rustte het huis in den nacht, in den schijn der lichten op consoles langs de wanden bewogen hunne schaduwen als donkere schimmen.

Onwillekeurig begroef Henriëtte haar hand dieper in die van haar vriend; zij voelde zich als een kind, dat aan vriendenhand door een donker woud wordt geleid.

Sluiten