Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boven opende de Mirabeau een deur: Henriëtte schouwde in een slaapvertrek waar gulden kaarslicht zachten schijn spreidde over de meubels.

Een oogenblik poosden zij op den drempel; toen fluisterde hij opnieuw: „Kom."

En zoo vol eerbiedig-teedere kuischheid was het gebaar, waarmede hij zijn arm om haar heen legde, dat zij vertrouwend haar hand in de zijne liet en in rustige overgave haar hoofd vlijde tegen zijn schouder.

Na een paar uur van lichten halfslaap ontwaakte Henriëtte Amélie in den morgen.

Zij had weinig rust gevonden; te hevige ontroeringen waren in haar opgegolfd en zelfs de vermoeienis na de reis scheen vergaan in de bewogenheid om het nieuwe leven, dat zij was binnengegaan.

Geruchtloos, om de Mirabeau, die in het vertrek ernaast sliep, niet te storen, stond zij op, trok de gordijnen open en zette zich, gehuld in een peignoir, aan de tafel, waar papier en schrijfgereedschap gereed lagen, zooals gébruik

Sluiten