Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij sloeg den arm om haar heen en hield haar het papier voor.

Bij het lezen schoot ook in haar vreugde op. Doch weifelend keek zij haar vriend aan — was hij niet teleurgesteld ? — en wendde toen met een blos de oogen af.

„Je had dezen uitslag gevreesd," zei ze moeielijk.

„Gehoopt, dat weet ik nu nog beter dan tevoren."

Hij zuchtte, als verlicht van een druk en jubelde bijna: „nu behoeven wij niet te scheiden, liefste, heerlijk, goddelijk wezen 1"

En Henriëtte erkende: „Ja, het zou hard geweest zijn."

In stilte dacht zij: „Mijn taak is nauw begonnen. God zij dank, wordt ze mij nog niet afgenomen."

Beneden wachtte Dupont de Nemours met wien de Mirabeau bevriend was en die Henriëtte's vader had gekend.

Hij waarschuwde voor de wraak van den Groot-Zegelbewaarder, die zeker, nu de Mirabeau in het ongelijk was gesteld, een vervol-

Sluiten