Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

De uren van den middag liepen effen voorbij in tragen gang.

Henriëtte Amélie herstelde met Thérèse eenig linnengoed, dat hoewel zeer versleten, nog een tijdlang gebruikt kon worden: voor nieuwen aankoop ontbrak het geld.

Onder het stille werken wijlden hare gedachten bij de Mirabeau's vreemde houding en overpeinsde zij op welke wijze dat vreemde uit den weg zou zijn te ruimen.

Dat vreemde was de leugen, dat niet bestaan mocht tusschen menschen verbonden door zoo innige genegenheid.

Haar vriend moest dat ook gevoelen, een enkel juist woord, op het goede oogenblik door haar gesproken, zou de spanning breken. En innig als een gebed leefde de wensch in haar,

Sluiten